Hebt u recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid?

T32

Laatste update : 25.08.2026

Toelaatbaarheidsvoorwaarden

Als u tijdelijk werkloos bent (arbeiders of bedienden), hoeft u niet aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden te voldoen.

Dat betekent dat u niet een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst hoeft te bewijzen (wachttijd, leeftijdsafhankelijk) tijdens een bepaalde periode (referteperiode) die de uitkeringsaanvraag onmiddellijk voorafgaat.

Vergoedbaarheidsvoorwaarden

Om effectief uitkeringen te ontvangen, moet u aan de vergoedbaarheidsvoorwaarden voldoen (onder andere arbeidsgeschikt zijn, zonder loon zijn ...).

Lees voor meer informatie het infoblad T50 'Wat zijn uw verplichtingen als tijdelijk werkloze?' en, indien van toepassing, het infoblad T45 'Mag u een bijberoep uitoefenen tijdens uw tijdelijke werkloosheid?' (*)

Wanneer en hoe dient u een uitkeringsaanvraag in?

Neem zo snel mogelijk contact op met uw uitbetalingsinstelling (HVW, ACV, ABVV of SYNOVA) om een aanvraag voor uitkeringen in te dienen via formulier C3.2-Werknemer met bijgevoegd een formulier C1 (Aangifte van de persoonlijke en familiale toestand).

U kunt de aanvraag indien nodig ook elektronisch indienen.

Op het formulier C1 moet u aangifte doen van nevenactiviteiten of het feit dat u inkomsten ontvangt die een invloed kunnen hebben op het recht op uitkeringen.

U moet niet telkens bij aanvang van een periode van tijdelijke werkloosheid een uitkeringsaanvraag indienen.

U moet de aanvraag enkel indienen op de eerste dag tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden:

  • na de indiensttreding bij een nieuwe werkgever, ongeacht de reden van de werkloosheid;
  • na een onderbreking van uw uitkeringen tijdelijke werkloosheid van meer dan 3 jaar;
  • na de pensioenleeftijd.

In die situaties moet uw werkgever ook een ASR scenario 2 afleveren (zie hieronder).

In de volgende situaties moet er ook een uitkeringsaanvraag worden ingediend, maar dat doet uw uitbetalingsinstelling automatisch (u hoeft daarvoor dus geen stappen te ondernemen):

  • op de eerste dag tijdelijke werkloosheid in elke periode van 1 oktober tot 30 september van het volgende jaar, als u hogere uitkeringen wil verkrijgen (voor een jaarlijkse facultatieve herziening van uw cijfercode);
  • bij elke wijziging van de tewerkstellingsbreuk bij uw werkgever (bijvoorbeeld als u loopbaanonderbreking of tijdskrediet neemt).

In die situaties moet uw werkgever ook een ASR scenario 2 afleveren (zie hieronder).

Binnen welke termijn moet u uw uitkeringsaanvraag indienen?

Het werkloosheidsbureau moet uw aanvraag ontvangen uiterlijk op het einde van de tweede maand volgend op de maand waarin u tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Voorbeelden:

  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 16 juni. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31.08 ontvangen.
  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 1 juli. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30.09 ontvangen.
  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 31 juli. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30.09 ontvangen.

Bij staking of lock-out moet het werkloosheidsbureau uw uitkeringsaanvraag ontvangen uiterlijk op het einde van de 6de maand volgend op de maand waarin u tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Voorbeelden:

  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 16 februari. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31.08 ontvangen.
  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 1 april. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31.10 ontvangen.
  • U wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 30 april. Het werkloosheidsbureau moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31.10 ontvangen.

Dient de uitbetalingsinstelling de aanvraag in (bij een facultatieve herziening van de cijfercode of bij een wijziging van uw tewerkstellingsbreuk)? Dan moet het werkloosheidsbureau de aanvraag ontvangen uiterlijk op het einde van de 36ste maand die volgt op de maand waarin u tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Wat moet uw werkgever doen?

Aangifte sociaal risico scenario 2 en maandelijkse aangifte scenario 5

In principe doet uw werkgever op eigen initiatief een elektronische aangifte, ASR scenario 2 'Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden' via de portaalsite van de sociale zekerheid (of via batch) voor de indiening van uw uitkeringsaanvraag en om het dagbedrag van uw uitkering te kunnen berekenen.

Bent u echter werkloos als rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg van een staking of lock-out? Dan levert uw werkgever die ASR scenario 2 enkel op uw verzoek af.

Uw werkgever overhandigt u dan een kopie van de elektronische aangifte, die u ter informatie bewaart.

De uitbetalingsinstelling vraagt de ASR scenario 2 zelf op.

Na afloop van elke maand waarin u tijdelijk werkloos was, vult uw werkgever op eigen initiatief een ASR scenario 5 in (Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch. Uw werkgever bezorgt u een kopie van de elektronische aangifte.

U kunt de kopie van die ASR scenario 5 ter informatie bewaren

In geval van staking of lock-out, levert uw werkgever de ASR enkel op uw verzoek af.

In de ASR vermeldt uw werkgever het aantal uren dat u tijdelijk werkloos bent geweest in die maand.

De controlekaart tijdelijke werkloosheid

Sinds 01.01.2025 is het gebruik van de elektronische controlekaart verplicht.

Bijgevolg mag uw werkgever geen papieren controlekaarten meer afleveren en moet u in het bezit zijn van een elektronische controlekaart eC3.2 (tenzij u werkt in een onderneming die onder het paritair comité voor de maatwerkbedrijven [PC 327] valt).

U moet de elektronische controlekaart invullen voor elke maand waarin u tijdelijk werkloos bent, vanaf de eerste effectieve dag werkloosheid, overeenkomstig de instructies in de legenda.

Vervolgens valideert u de kaart aan het einde van de maand en verstuurt u ze naar uw uitbetalingsinstelling (HVW, ACV, ABVV of SYNOVA). Lees het infoblad T71 ('De elektronische controlekaart eC3.2') voor meer informatie.

Als u niet tijdelijk werkloos bent, hoeft u de kaart niet in te vullen en aan het einde van de maand naar uw uitbetalingsinstelling te sturen.

Voor de bouwsector geldt een uitzondering: als u in de bouwsector werkt, moet u uw controlekaart altijd invullen, vanaf de eerste dag van de maand, ongeacht of u tijdelijk werkloos bent.

Als u niet tijdelijk werkloos was en dus geen uitkeringen aanvraagt, hoeft u de kaart aan het einde van de maand niet naar uw uitbetalingsinstelling te sturen.

Op basis van de elektronische controlekaart eC3.2 en de ASR scenario 5, kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop u recht hebt voor die maand.