Hebt u recht op uitkeringen na uw studies (inschakelingsuitkeringen) en voor hoe lang?

T199

Is dit infoblad op u van toepassing?

Dit infoblad is op u van toepassing als u voor het eerst inschakelingsuitkeringen aanvraagt vanaf 1 maart 2026.

Als u al inschakelingsuitkeringen ontvangt of inschakelingsuitkeringen hebt aangevraagd voor 1 maart 2026, kan u daarover meer informatie terugvinden in de infobladen T35 - 'Hebt u recht op uitkeringen na studies?' en T156 – 'Hoelang hebt u recht op inschakelingsuitkeringen?'.

Waarover gaat dit infoblad?

Wanneer u uw studies hebt afgerond, kunt u onder bepaalde voorwaarden een uitkering krijgen als u werkloos bent. Deze uitkeringen worden inschakelingsuitkeringen genoemd.

Inschakelingsuitkeringen zijn beperkt in de tijd.

In het kader van de inschakelingsuitkeringen geeft dit infoblad meer uitleg over:

  • de toelatingsvoorwaarden;
  • de duur van het recht;
  • en de te volgen procedure om ervoor in aanmerking te komen.

Voldoet u aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor inschakelingsuitkeringen?

Om toegelaten te worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen moet u voldoen aan een aantal cumulatief te vervullen voorwaarden, namelijk:

  • niet al toegelaten zijn geweest (of kunnen zijn geweest) tot het recht op werkloosheidsuitkeringen;
  • niet meer leerplichtig zijn;
  • jonger dan 25 jaar zijn op het ogenblik van de aanvraag om uitkeringen;
  • in het bezit zijn van een diploma, getuigschrift of attest;
  • alle activiteiten hebben beëindigd die opgelegd zijn door het programma van uw studies of uw opleiding;
  • vóór de aanvraag een beroepsinschakelingstijd doorlopen hebben;
  • actief naar werk zoeken.

U bent nog niet toegelaten geweest (of kunnen zijn geweest) tot het recht op werkloosheidsuitkeringen

Als u al werd toegelaten tot het recht op werkloosheidsuitkeringen op basis van een gewerkte periode, kunt u nadien geen aanspraak meer maken op inschakelingsuitkeringen.

Bij de behandeling van uw aanvraag voor inschakelingsuitkeringen zal het werkloosheidsbureau dan ook nagaan of u voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het recht op werkloosheidsuitkeringen.

  • Als u voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het recht op werkloosheidsuitkeringen, wordt u automatisch toegelaten tot het recht op die uitkeringen.
  • Als u niet aan die voorwaarden voldoet, komt u eventueel in aanmerking voor inschakelingsuitkeringen.

Telkens wanneer u een nieuwe aanvraag om inschakelingsuitkeringen indient na een onderbreking van de betalingen van minstens 28 opeenvolgende dagen, zal het werkloosheidsbureau ook nagaan of u opnieuw voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het recht op werkloosheidsuitkeringen.

  • Als u voldoet aan de voorwaarden voor toelating tot het recht op werkloosheidsuitkeringen, wordt u automatisch toegelaten tot het recht op die uitkeringen.
  • Als u niet aan die voorwaarden voldoet, kan u eventueel wel verder inschakelingsuitkeringen ontvangen.

U bent niet meer leerplichtig

Om toegelaten te worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen mag u niet meer leerplichtig zijn.

U bent onderworpen aan de leerplicht:

  • tot de leeftijd van 18 jaar;
  • of tot 30 juni van het jaar waarin u 18 jaar wordt als uw verjaardag na 30 juni valt.

U bent jonger dan 25 jaar

Op het ogenblik van uw eerste aanvraag om inschakelingsuitkeringen mag u nog geen 25 jaar zijn.

Er kan worden afgeweken van die leeftijdsgrens als u de aanvraag niet vóór die leeftijd hebt kunnen doen:

  • omdat u aan het werk was als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep;
  • of omwille van een onderbreking van uw studies wegens overmacht, waardoor het einde van de beroepsinschakelingstijd gelegen is na de 25ste verjaardag.

U moet in het bezit zijn van een diploma, getuigschrift of attest

U hebt een Belgisch diploma, getuigschrift of attest

Om toegelaten te worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen moet u in het bezit zijn van één van de volgende documenten:

  • een getuigschrift van het 6de jaar van het algemeen, technisch beroeps- of kunstonderwijs;
  • een getuigschrift van het 6de jaar van het algemeen, technisch beroeps- of kunstonderwijs (via volwassenonderwijs);
  • een toelatingsbewijs tot het hoger onderwijs of een bewijs dat u geslaagd bent voor de toelatingsproef tot het hoger onderwijs;
  • een bewijs dat u geslaagd bent voor een alternerende opleiding die beantwoordt aan de voorwaarden van artikel 1bis van het KB van 28 november 1969;
  • een diploma, getuigschrift of attest dat voorkomt op de volgende lijst: 

Lijst van de diploma’s, getuigschriften of attesten van studies en opleidingen die vallen onder de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest:

  • diploma secundair onderwijs
  • studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad beroepssecundair onderwijs;
  • studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad beroepssecundair onderwijs;
  • certificaat van een opleiding secundair na secundair;
  • certificaat na alle gevolgde modules van een volledige opleiding in het volwassenenonderwijs, in een centrum voor basiseducatie (CBE) of voor volwassenenonderwijs (CVO), of in het stelsel van Leren en Werken;
  • getuigschrift van de leertijd;
  • getuigschrift van de opleiding van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
  • getuigschrift van de alternerende beroepsopleiding van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
  • getuigschrift van verworven competenties van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
  • attest van verworven bekwaamheden van het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
  • attest bedrijfsbeheer.

Voor de lijst van diploma's, getuigschriften en attesten van het Koninklijk besluit betreffende studies en opleidingen die vallen onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, het Waals Gewest of de Franse Gemeenschapscommissie (Cocof): zie de Franstalige versie van dit infoblad.

Voor de lijst van de diploma’s, getuigschriften en attesten van studies en opleidingen die vallen onder de bevoegdheid van de Duitstalige Gemeenschap: zie de Duitstalige versie van dit infoblad.

U hebt geen Belgisch diploma, getuigschrift of attest

Als u geen Belgisch diploma, getuigschrift of attest hebt, kunt toegelaten worden tot het recht op inschakelingsuitkeringen wanneer u zich in één van deze situaties bevindt:

  • U behaalde in het buitenland een diploma dat door een gemeenschap gelijkwaardig is verklaard met één van de diploma’s, getuigschriften of attesten die voorkomen op één van de lijsten.
  • U bent in België geslaagd voor een toelatingsproef die u toegang geeft tot het hoger onderwijs.
  • U hebt hogere studies gevolgd in België.

In alle gevallen moet u:

  • ofwel voorafgaandelijk minstens 6 jaar in België hebben gestudeerd (officieel onderwijs, ongeacht het niveau);
  • ofwel op het ogenblik van de uitkeringsaanvraag ten laste zijn van een ouder die onderdaan is van een land van de EER en die in België verblijft als migrerend werknemer of gevestigd is als zelfstandige in hoofdberoep;
  • of in België gewerkt hebben als loontrekkende werknemer gedurende ten minste 78 arbeidsdagen of als zelfstandige in hoofdberoep gedurende ten minste 3 maanden.

Hoe toont u aan dat u een diploma, getuigschrift of attest hebt behaald?

Gebruik het formulier C109/36-attest.

U kunt dat formulier terugvinden op onze website. U kunt het formulier ook verkrijgen bij uw werkloosheidsbureau of bij uw uitbetalingsinstelling.

U hebt alle activiteiten beëindigd die opgelegd zijn door het programma van uw studies of opleiding

Om inschakelingsuitkeringen te kunnen genieten, moet u een einde hebben gesteld aan:

  • alle activiteiten die opgelegd zijn door een programma van studies, leertijd of opleiding die leiden tot één van de diploma's, getuigschriften of attesten opgesomd in het vorige punt,
  • alle activiteiten in België of in het buitenland die opgelegd zijn door een programma van:
    • studies of opleiding in het secundair onderwijs,
    •  een alternerende opleiding,
    • studies of opleiding in het hoger onderwijs, wanneer de inschrijving betrekking heeft op normaal gemiddeld minstens 16 uren per week of minstens 27 studiepunten.

Worden hier bijvoorbeeld bedoeld, het feit deel te nemen aan uw examens of te werken aan uw eindwerk.

U hebt een beroepsinschakelingstijd doorlopen

Wat is een beroepsinschakelingstijd?

Wanneer u afgestudeerd bent, hebt u niet onmiddellijk recht op uitkeringen. Eerst moet u een periode doorlopen waarin u geen recht hebt op uitkeringen. Die periode heet de beroepsinschakelingstijd. Tijdens de beroepsinschakelingstijd moet u ingeschreven zijn als werkzoekende en moet u actief naar werk zoeken, behalve als u aan het werk bent als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.

Hoe lang duurt de beroepsinschakelingstijd?

Ongeacht uw leeftijd bedraagt de beroepsinschakelingstijd 156 dagen, met uitzondering van de zondagen. De beroepsinschakelingstijd duurt dus ongeveer 6 maanden.

Wanneer u een alternerende opleiding met succes hebt voleindigd, wordt de beroepsinschakelingstijd van 156 dagen verminderd met het aantal kalenderdagen (uitgezonderd zondagen) gelegen in de periode gedekt door het leercontract.

Wanneer gaat de beroepsinschakelingstijd in?

De beroepsinschakelingstijd begint ten vroegste op het moment dat u niet meer leerplichtig bent en u alle activiteiten hebt beëindigd die opgelegd zijn door het programma van uw studies of opleiding.

Opgelet: de beroepsinschakelingstijd kan ten vroegste beginnen vanaf de dag dat u ingeschreven bent als werkzoekende bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, de Forem of ADG) of vanaf het moment dat u aan het werk bent als loontrekkende of als zelfstandige in hoofdberoep.

Welke dagen tellen mee voor de beroepsinschakelingstijd?

  • Arbeidsdagen in loondienst en gelijkgestelde dagen na het einde van uw studies en waarvoor bijdragen voor de sociale zekerheid zijn afgehouden.
  • De dagen, met uitzondering van de zondagen, gelegen in de periodes waarin u zelfstandige in hoofdberoep was.
  • De dagen studentenarbeid (zonder socialezekerheidsbijdragen) als ze gepresteerd worden nadat u uw studies heeft afgerond.
  • Dagen waarop u bent ingeschreven als werkzoekende en beschikbaar bent voor de arbeidsmarkt, met uitzondering van de zondagen.

Let op! De dagen die voorafgaan aan het moment waarop u vrijwillig werkloos wordt, worden niet meegerekend.

U wordt als vrijwillig werkloos beschouwd als u:

  • zich niet aanbiedt bij een werkgever nadat u daartoe door de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling bent uitgenodigd;
  • als u een passende betrekking weigert;
  • of als u zich niet aanbiedt bij de gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en/of beroepsopleiding nadat u daartoe bent opgeroepen.
  • Dagen gelegen in een periode van verblijf in het buitenland om een stage te volgen die uw mogelijkheden vergroot om ingeschakeld te worden op de arbeidsmarkt.

Om die dagen in aanmerking te kunnen nemen voor uw beroepsinschakelingstijd, moet de directeur van het werkloosheidssbureau die stage aanvaarden. U kunt de toestemming van de directeur van het werkloosheidsbureau vragen door middel van het formulier C36.5 (beschikbaar bij uw uitbetalingsinsteling).

  • De periode van arbeidsverbod voor zwangere werknemers (= de periode vanaf de 7de dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum tot het einde van de 9de week vanaf de dag van de bevalling) evenals de periode waarin u een moederschapsuitkering hebt genoten of de periode gedekt door een geboorteverlof of adoptieverlof.

Voor dagen van opleiding: zie hierna: 'Wat zijn de gevolgen van het volgen van een opleiding of een stage voor het verloop van de beroepsinschakelingstijd?'

Opgelet: De dagen van onbeschikbaarheid, zoals dagen van hospitalisatie, ziektedagen of dagen van gevangenschap, komen niet in aanmerking voor de beroepsinschakelingstijd.

Welke gevolgen heeft het volgen van een opleiding tijdens de beroepsinschakelingstijd voor het correcte verloop van die periode?

Het volgen van een opleiding tijdens de beroepsinschakelingstijd kan gevolgen hebben voor het goede verloop van uw beroepsinschakelingstijd. Vraag daarom steeds vooraf inlichtingen bij uw uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau.

In de volgende gevallen kan de beroepsinschakelingstijd niet beginnen en niet correct verlopen:

  • als u een opleiding volgt of start die kan leiden tot een diploma vermeld onder het punt 'U moet in het bezit zijn van een diploma';
  • als u een (her)examen wilt afleggen of als u nog aan een eindwerk schrijft;
  • als u verder wilt studeren. De al doorlopen beroepsinschakelingstijd vervalt in dat geval;
  • als u studies volgt in het secundair onderwijs;
  • als u een alternerende opleiding volgt of start;
  • als u studies aanvat in het hoger onderwijs van minstens 27 studiepunten of gemiddeld 16 uur per week (inclusief stages).

Tijdens de beroepsinschakelingstijd kunt u andere opleidingen volgen of stages doen, op voorwaarde dat u ingeschreven blijft als werkzoekende en beschikbaar blijft voor de arbeidsmarkt.

U hebt 2 positieve evaluaties gekregen van uw zoekgedrag naar werk

Tijdens de beroepsinschakelingstijd moet u beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat betekent het volgende:

  • U moet bereid zijn om elk passend werkaanbod of aanbod voor een passende beroepsopleiding te aanvaarden.
  • U moet zich aanmelden bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en/of beroepsopleiding wanneer u daartoe wordt uitgenodigd.
  • U moet zich aanmelden bij een werkgever als u daartoe door de arbeidsbemiddelingsdienst werd uitgenodigd;

Bovendien moet u zelf actief naar werk zoeken. Uw zoekgedrag naar werk wordt beoordeeld door de bevoegde gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling. U kunt pas inschakelingsuitkeringen ontvangen nadat u 2 positieve evaluaties hebt gekregen.

Voor meer uitleg over de beoordeling van uw zoekgedrag neemt u contact op met de gewestelijke diensten voor arbeidsbemiddeling (de VDAB, Actiris, de Forem of de ADG).

Hoelang hebt u recht op de inschakelingsuitkeringen?

U hebt recht op inschakelingsuitkeringen voor een periode van 12 maanden vanaf de eerste dag waarvoor u inschakelingsuitkeringen hebt aangevraagd.

Kunt u na afloop van die 12 maanden verder uitkeringen blijven ontvangen?

Uw periode van recht op inschakelingsuitkeringen kan in de volgende gevallen worden verlengd:

  • U hebt gewerkt als voltijdse werknemer.
  • U hebt gewerkt als deeltijdse werknemer met behoud van rechten zonder inkomensgarantie-uitkering.
  • U hebt gewerkt als vrijwillig deeltijdse werknemer (minstens 12 uur per week of 1/3-tijds) zonder aanvullende uitkering.

  • U hebt gewerkt in een ander soort arbeidsovereenkomst dan deze die hiervoor zijn vermeld zonder dat u een aanvullende uitkering ontving.
  • U hebt gedurende minstens 3 maanden gewerkt als zelfstandige of als ambtenaar, op voorwaarde dat u tijdens uw tewerkstelling geen aanvullende uitkering hebt ontvangen.
  • U hebt een periode van moederschapsuitkering genoten en/of u bevond zich in een periode van arbeidsverbod voor zwangere werknemers (= de periode vanaf de 7de dag vóór de vermoedelijke bevallingsdatum tot het einde van de 9de week vanaf de dag van de bevalling).
  • U hebt een periode van geboorteverlof of adoptieverlof genoten.
  • U hebt een ziekte- of invaliditeitsuitkering of een vergoeding voor een arbeidsongeval of een beroepsziekte ontvangen.

Het recht wordt verlengd met de duur van de gebeurtenis. 

Voorbeeld:

U ontvangt inschakelingsuitkeringen vanaf 01.09.2026. U hebt dus recht op inschakelingsuitkeringen tot 31.08.2027. Als u voltijds werkte van 01.02.2027 tot 31.10.2027, wordt uw recht op uitkeringen verlengd met 9 maanden, dus tot 31.05.2028.

Als u op het einde van de (eventueel verlengde) periode van recht:

  • bent tewerkgesteld als deeltijdse werknemer met behoud van rechten
  • in het kader van een tewerkstelling die gemiddeld per week minstens 19 uur bedraagt (of een halftijdse betrekking)
  • en een inkomensgarantie-uitkering ontvangt

dan blijft u de inkomensgarantie-uitkering ontvangen zolang uw tewerkstelling, zonder onderbreking, per week gemiddeld minstens 19 uur bedraagt (of een halftijdse betrekking).

Opgelet: De periode waarin u het recht op de inkomensgarantie-uitkering behoudt, kan zelf niet worden verlengd.

Wat moet u doen om uitkeringen te kunnen ontvangen?

Wat moet u doen na uw studies?

Onmiddellijk na uw studies of na uw leertijd moet u zich aanbieden bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (de VDAB, ACTIRIS, ADG of de Forem) om u in te schrijven als werkzoekende. Die dienst:

  • zal u een bewijs van inschrijving als werkzoekende bezorgen;
  • zal u de vermoedelijke einddatum van de beroepsinschakelingstijd meedelen (op de site van de RVA – www.rva.be – kunt u ook de einddatum van uw beroepsinschakelingstijd berekenen in de rubriek volledige werkloosheid > beroepsinschakelingstijd schoolverlaters).

Opgelet: Zolang u niet bent ingeschreven bent als werkzoekende of niet werkt als werknemer of als zelfstandige in hoofdberoep, kan de beroepsinschakelingstijd niet beginnen.

Wat moet u doen na de beroepsinschakelingstijd?

Als u werkloos bent nadat u de beroepsinschakelingstijd hebt doorlopen, kunt u een aanvraag indienen voor inschakelingsuitkeringen.

  • De aanvraag gebeurt via het formulier C109/36-AANVRAAG. U vult deel I van dat formulier in. (het formulier is beschikbaar bij uw uitbetalingsinstelling, bij het werkloosheidsbureau van de RVA of via www.rva.be > Documentatie > Formulieren en Attesten).
  • Bevestig uw inschrijving als werkzoekende. De gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling overhandigt u een attest van die inschrijving of vult deel II van het formulier C109/36-AANVRAAG in.
  • U meldt zich persoonlijk aan bij een uitbetalingsinstelling van uw keuze (er bestaat een overheidsinstelling, de HVW, en instellingen die afhangen van een vakbond: het ACV, het ABVV of de ACLVB) om een uitkeringsaanvraag in te dienen met het formulier C109/36-AANVRAAG, eventueel samen met uw bewijs van inschrijving als werkzoekende.
  • Bezorg ook het bewijs dat u het vereiste diploma hebt behaald (zie hierboven). 'Hoe toont u aan dat u een diploma hebt behaald?' 
  • U moet u in het bezit zijn van een controlekaart. U hebt de keuze tussen een papieren controlekaart en een elektronische controlekaart.

Als u ervoor kiest om een papieren controlekaart te gebruiken, zal uw uitbetalingsinstelling u een blanco exemplaar bezorgen.

De elektronische controlekaart is beschikbaar via de portaalsite van de sociale zekerheid (www.socialsecurity.be/burger), die ook toegankelijk is via de websites van de uitbetalingsinstellingen.

U dient die kaart in te vullen volgens de daarop vermelde instructies. Aan het einde van de maand moet u de ingevulde en ondertekende papieren controlekaart aan uw uitbetalingsinstelling bezorgen of de gegevens op de elektronische controlekaart bevestigen.

Andere nuttige informatie

Meer informatie vindt u in de volgende infobladen:

  • T26: Tot welke instellingen moet u zich wenden?
  • T37: Hoeveel bedraagt uw uitkering na studies? link
  • T52: Wat zijn uw verplichtingen tijdens uw werkloosheid?
  • T166: Hebt u recht op beschermingsuitkeringen? link