Wilt u de toepassing genieten van de specifieke regels voor kunstwerkers (van 1 oktober tot en met 31 december 2023)?

T30

Laatste update : 01.04.2024

Hervorming van de reglementering voor werknemers tewerkgesteld in de kunstensector en oprichting van de Kunstwerkcommissie

Sinds 1 oktober 2022 gelden nieuwe specifieke regels voor werknemers uit de kunstsector die daarom verzoeken (= 1ste fase van de hervorming).

Vanaf 1 januari 2024 wordt de Kunstwerkcommissie opgericht binnen de FOD Sociale Zekerheid, ter vervanging van de Commissie Kunstenaars (= 2de fase van de hervorming).

De voorlopige maatregelen die van toepassing waren vóór de oprichting van de Kunstwerkcommissie zijn niet meer van toepassing. Voortaan gelden nieuwe regels.

Valt u onder de toepassing van deze informatie?

Wilt u de specifieke regels voor kunstwerkers genieten vanaf een datum gelegen vóór 1 januari 2024?

U genoot op 30 september 2022 niet het voordeel van de bevriezing van de degressiviteit als artiest of als technicus in de artistieke sector?

U valt onder de toepassing van dit infoblad als indien u op 30 september 2022 niet het voordeel van de bevriezing van de degressiviteit genoot. Dat (vroegere) voordeel hield in dat na afloop van de eerste 12 maanden werkloosheid het hoogste vergoedingspercentage van 60% gedurende 12 maanden behouden bleef.

De regels die van toepassing zijn tussen 1 oktober 2022 en 31 december 2023 voor de toegang tot de specifieke regels voor kunstwerkers en de manier om het bedrag van de kunstwerkuitkering te bepalen, zijn nog op u van toepassing. U vindt ze hieronder.

Alle andere regels (impact van uw loon op uw uitkering, toegestane activiteiten, einde van het recht enz.), die van toepassing zijn vanaf 1 januari 2024 vindt u in het infoblad T191 'Welke specifieke regels zijn van toepassing op de kunstwerkers vanaf 1 januari 2024?'.

Dat infoblad kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of RVA-kantoor, of u downloadt het van de website www.rva.be.

U genoot op 30 september 2022 het voordeel van de bevriezing van de degressiviteit als artiest of als technicus in de artistieke sector?

Als u op 30 september 2022 het voordeel van de bevriezing van de degressiviteit genoot, dan is dit infoblad niet relevant voor u. Lees dan het infoblad T29 ‘U hebt het voordeel van de bevriezing van de degressiviteit als artiest of als technicus in de artistieke sector genoten - Wat verandert er als gevolg van de hervorming van de reglementering voor werknemers tewerkgesteld in de kunstensector?'. Dat infoblad verkrijgt u bij uw uitbetalingsinstelling of RVA-kantoor, of u downloadt het van de website www.rva.be.

Wilt u de specifieke regels voor kunstwerkers genieten vanaf een datum gelegen na 31 januari 2023?

Als u de specifieke regels voor kunstwerkers nog niet geniet op 31 december 2023, dan geldt dit infoblad niet voor u.

Lees in dat geval infoblad T191 'Welke specifieke regels zijn van toepassing op de kunstwerkers vanaf 1 januari 2024?'.

Dat infoblad kunt u krijgen bij uw uitbetalingsinstelling of RVA-kantoor, of u downloadt het van de website www.rva.be.

Hoe kunt u vallen onder de specifieke regels voor kunstwerkers?

Let op! De onderstaande regels zijn nog van toepassing voor de uitkeringsaanvragen vóór 1 januari 2024. Voor alle uitkeringsaanvragen vanaf 1 januari 2024 gelden de nieuwe toegangsregels. Die vindt u in het infoblad T191 'Welke specifieke regels zijn van toepassing op de kunstwerkers vanaf 1 januari 2024?'.

Een uitkeringsaanvraag indienen

Om de toepassing te genieten van de specifieke regels en recht te hebben op kunstwerkuitkeringen moet u bij uw uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV of ABVV) een uitkeringsaanvraag indienen via het formulier C181.

Daarin geeft u de activiteiten aan die u uitoefent en die niet aan de sociale zekerheid voor de loontrekkenden onderworpen zijn, zodat de RVA aan de hand van uw aangifte kan nagaan of die activiteiten al dan niet met kunstwerkuitkeringen kunnen worden gecumuleerd.

Onder welke voorwaarden hebt u recht op de toepassing van die specifieke regels?

Wilt u de toepassing genieten van de specifieke regels voor kunstwerkers vanaf een datum gelegen vóór 1 januari 2024? Dan moet u bewijzen dat u gedurende een referteperiode van 24 maanden onmiddellijk voorafgaand aan uw uitkeringsaanvraag ten minste 156 effectief gewerkte dagen in loondienst hebt gepresteerd.

Van die 156 dagen moet u er ten minste 104 hebben gewerkt in het kader van een artistieke activiteit en/of een technische activiteit in de artistieke sector, op basis van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur.

Geniet u de specifieke regels voor kunstwerkers vóór 1 januari 2024 (oprichting van de Kunstwerkcommissie)? Dan krijgt u automatisch een kunstwerkattest voor een hernieuwbare periode van 5 jaar.

U hoeft dus niets te doen om dat kunstwerkattest te krijgen of de betaling te behouden van uw kunstwerkuitkeringen.

Dat attest is de exclusieve bevoegdheid van de Kunstwerkcommissie opgericht bij de FOD Sociale Zekerheid.

Wilt u meer informatie over het kunstwerkattest? Neem dan contact op met de Kunstwerkcommissie of lees meer op de website van de commissie (Working in the Arts | Kunstwerkers – Home | Working in the arts).

Artistieke activiteiten

Artistieke activiteiten bestaan uit de creatie en/of de uitvoering of interpretatie van artistieke werken:

  • in de audiovisuele of beeldende kunsten,
  • in de muziek,
  • in de literatuur,
  • in de podiumkunsten,
  • in het theater,
  • in de choreografie.

Technische activiteiten in de artistieke sector

Technische activiteiten in de artistieke sector zijn activiteiten die u verricht als technicus of in een ondersteunende functie en die bestaan uit de medewerking aan:

  • de voorbereiding of de voorstelling voor een publiek van een creatief werk waaraan fysiek ten minste één podiumartiest deelneemt of aan de opname van een dergelijk werk;
  • de voorbereiding of de voorstelling van een cinematografisch werk;
  • de voorbereiding of de verspreiding van een radio- of televisieprogramma van artistieke aard;
  • de voorbereiding of de uitvoering van een publieke tentoonstelling van een artistiek werk in het domein van de beeldende kunsten.

Die activiteiten worden alleen in aanmerking genomen wanneer ze worden verricht in het kader van arbeidsovereenkomsten van zeer korte duur, d.w.z. van minder dan 3 maanden.

Hoe worden uw arbeidsdagen berekend?

In principe worden uw arbeidsdagen in loondienst berekend op basis van de duur van uw arbeidsovereenkomst. Meer informatie over de gewone berekeningsregels vindt u in het infoblad T31 'Hebt u recht op uitkeringen na een tewerkstelling?'.

Er bestaat een afwijkende berekeningsregel voor artistieke prestaties met een taakloon of wanneer de bezoldiging onderworpen is aan de sociale zekerheid krachtens artikel 1bis van de wet van 27.06.1969. Voor die twee soorten inkomsten maakt u aanspraak op een voordeligere berekeningsregel om aan het aantal arbeidsdagen te komen dat nodig is om het recht op kunstwerkuitkeringen te openen.

Er is sprake van een taakloon als er geen rechtstreeks verband is tussen uw bezoldiging en het aantal arbeidsuren dat de prestatie vereist.

Wanneer die afwijkende berekeningsregel wordt toegepast, worden uw taaklonen (of uw bezoldiging onderworpen aan de sociale zekerheid krachtens artikel 1bis van de wet van 27.06.1969) gedeeld door 1/26 van het referteloon. Het resultaat is een aantal arbeidsdagen.

Dat referteloon bedraag 2029,88 euro.

Voorbeeld: uw hebt na een artistieke tewerkstelling in loondienst een taakloon ontvangen van 300 euro. Om te bepalen met hoeveel arbeidsdagen die tewerkstelling overeenstemt, wordt het bedrag van uw taakloon gedeeld door 1/26 van 2029,88 euro:

(2029,88 / 26) = 78,07

300 / 78,07= 3,84 arbeidsdagen

Die tewerkstelling komt dus overeen met 3,84 arbeidsdagen op de 156 effectief gewerkte dagen in loondienst die vereist zijn om kunstwerkuitkeringen te genieten.

Het resultaat van de berekening blijft echter beperkt tot een maximum van 156 dagen per kwartaal.

Het zo bekomen aantal arbeidsdagen wordt verhoogd met de eventuele andere arbeidsdagen die volgens de gewone regels worden berekend.

Om die afwijkende berekeningsregel te kunnen toepassen, vraagt de RVA u bewijsstukken in te dienen van uw artistieke prestaties en van het taakloon daarvan. Anders zal de gewone berekeningsregel worden toegepast.

Kan de referteperiode van 24 maanden worden verlengd?

De referteperiode van 24 maanden wordt verlengd met de dagen waarop u, gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie maanden, arbeidsongeschikt was en waarvoor u een vergoeding hebt ontvangen volgens de wetgeving inzake de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, of een uitkering ter compensatie van schade als gevolg van arbeidsongevallen, ongevallen op de weg van en naar het werk en beroepsziekten.

Hoeveel bedraagt uw kunstwerkuitkering?

Het dagbedrag van uw kunstwerkuitkering komt overeen met 60% van uw laatst verdiende loon, en dat voor een periode van 36 maanden. 

Het geïndexeerde dagbedrag van uw kunstwerkuitkering zal enerzijds niet lager zijn dan 68,34 euro voor werknemers met gezinslast en niet lager dan 60,21 euro voor de andere werknemers, en zal anderzijds niet hoger zijn dan 70,96 euro.

Het bedrag van uw kunstwerkuitkering blijft onveranderd gedurende de hele toepassingsperiode, wat betekent dat er geen degressiviteit van toepassing is en dat de inwerkingtreding van de tweede fase van de hervorming het bedrag van uw uitkeringen niet wijzigt.