Tijdskrediet landingsbaan – Recht op verlof bij de werkgever en recht op onderbrekingsuitkeringen toegekend door de RVA
Inhoud van deze pagina
T193
Laatste update : 1.01.2026
Wat is tijdskrediet landingsbaan?
Tijdskrediet kadert in de reglementering op de loopbaanonderbreking. Het geldt enkel voor werknemers die werken bij een werkgever van de privésector. Met tijdskrediet heb je meer vrije tijd voor familiale of sociale verplichtingen of om persoonlijke projecten te verwezenlijken.
Met tijdskrediet landingsbaan kun je jouw prestaties verminderen tot je met pensioen gaat. Om recht te hebben op dat tijdskrediet, moet je voldoen aan verschillende toegangsvoorwaarden bij jouw werkgever.
Voldoe je aan de toegangsvoorwaarden bij jouw werkgever en aan de voorwaarden voor de toekenning van onderbrekingsuitkeringen? Dan kun je een maandelijks vervangingsinkomen ontvangen. De Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) betaalt dat vervangingsinkomen.
Op wie is de inhoud van dit infoblad van toepassing?
Dit infoblad is op jou van toepassing als je een bediende of een arbeider bent die is tewerkgesteld bij een werkgever uit de privésector.
Dit infoblad is op jou niet van toepassing als je werkt in de openbare sector (een administratie of een dienst die daarvan afhangt, de gerechtelijke orde enz.), in het onderwijs of in een autonoom overheidsbedrijf (Proximus, bpost, NMBS of Belgocontrol).
Je kunt de informatie die op jou van toepassing is, terugvinden in de andere infobladen van de RVA. Je vindt ze op onze website.
Wat is de wettelijke basis van het tijdskrediet?
Het recht op tijdskrediet bij de werkgever (toegangsvoorwaarden, organisatieregels, aanvraagprocedure, mogelijkheid tot uitstel …) wordt vastgelegd in de collectieve arbeidsovereenkomst (afgekort cao) nr. 103/7, in werking op 01.01.2026.
Het recht op onderbrekingsuitkeringen die tijdens het tijdskrediet kunnen worden toegekend door de RVA (toegangsvoorwaarden, regels inzake woonplaats, cumulatieregels, aanvraagprocedure ...) wordt vastgelegd in het koninklijk besluit van 12.12.2001, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 05.09.2025, in werking op 01.01.2026.
De informatie in dit infoblad is gebaseerd op de reglementering die van kracht is sinds 01.01.2026.
Die reglementering voorziet dezelfde voorwaarden om recht op tijdskrediet bij de werkgever en de onderbrekingsuitkeringen bij de RVA te verkrijgen.
Die bepalingen zijn van toepassing op alle eerste aanvragen en aanvragen om verlenging waarvoor de schriftelijke kennisgeving wordt bezorgd aan de werkgever na 01.01.2026.
- Met eerste aanvraag worden alle aanvragen bedoeld van werknemers die voor de eerste keer tijdskrediet landingsbaan aanvragen en alle aanvragen die geen verlenging betreffen;
- Met verlenging: alle aanvragen van de werknemers die een vernieuwing vragen, van datum tot datum, van een periode van tijdskrediet die is beëindigd. Om als verlenging te worden beschouwd, moet de hernieuwde periode worden gevraagd in dezelfde regeling (d.w.z. halftijds of met een vijfde).
Als je jouw werkgever vóór 01.01.2026 schriftelijk hebt verwittigd van je wens om tijdskrediet landingsbaan aan te vragen of te verlengen, zijn de oude bepalingen van toepassing (zie infoblad T161 en T162).
Meer informatie over het toepassingsgebied en de wettelijke basis van het tijdskrediet? Raadpleeg dan infoblad T139.
Welke onderbrekingsmogelijkheden zijn er bij een tijdskrediet landingsbaan?
1. Halftijds tijdskrediet
Het gaat om een gedeeltelijke onderbreking die je de mogelijkheid biedt om halftijds verder te werken, dat wil zeggen 50% van het voltijdse uurrooster dat bij jouw werkgever is voorzien. Je kunt dat enkel doen als je minstens 3/4 bij de werkgever bent tewerkgesteld bij wie je jouw prestaties wil verminderen.
Voorbeeld: het voltijdse uurrooster bij jouw werkgever bedraagt 38 uur per week.
- Werk je voltijds? Dan biedt het halftijdse tijdskrediet je de mogelijkheid om jouw prestaties te verminderen tot 19 uur per week.
- Werk je deeltijds in een arbeidsregime van 32 uur per week? Dan kun je omdat je minstens 3/4 werkt (28,5 uur per week) een halftijds tijdskrediet krijgen en jouw prestaties verminderen tot 19 uur per week.
- Werk je deeltijds in een arbeidsregime van 25 uur per week? Dan kun je omdat je minder dan 3/4 werkt (28,5 uur per week) geen halftijds tijdskrediet krijgen en jouw prestaties niet verminderen tot 19 uur per week.
Organisatie van de deeltijdse
Het halftijdse arbeidsregime dat voortvloeit uit het tijdskrediet moet overeengekomen worden in overleg met jouw werkgever en schriftelijk worden vastgesteld in een aanhangsel van de arbeidsovereenkomst. Het moet gaan om een arbeidsregime dat voorzien is in het arbeidsreglement.
2. Tijdskrediet van 1/5
Het gaat om een gedeeltelijke onderbreking die je de mogelijkheid biedt om jouw wekelijks uurrooster tijdelijk te verminderen met 1 dag of 2 halve dagen per week zodat je verder kunt blijven werken aan 80% van de voltijdse arbeidsduur in de onderneming.
Het 1/5 tijdskrediet is enkel toegankelijk als je voltijds bent tewerkgesteld.
Dat voltijdse arbeidsregime moet in principe verdeeld zijn over 5 dagen of meer. Een sectorale cao of ondernemings-cao of een schriftelijk akkoord op het niveau van de onderneming kan de mogelijkheid voor 1/5 tijdskrediet voorzien voor werknemers die minder dan 5 dagen werken. Die cao moet de modaliteiten voor de organisatie van het recht regelen.
Weekendwerkers worden beschouwd als werknemers van wie het arbeidsregime niet is georganiseerd op 5 dagen of meer.
Organisatie van de 4/5
De algemene regel die geldt voor het 1/5 tijdskrediet is een vermindering van het voltijdse wekelijkse uurrooster met 1 dag of met 2 halve dagen.
Het is echter mogelijk een andere 4/5 arbeidsorganisatie vast te leggen voor een periode van maximum 12 maanden. Die mogelijkheid moet zijn voorzien in een sectorale cao of ondernemings-cao. Is er in de onderneming geen syndicale afvaardiging? Dan moet die mogelijkheid voorzien zijn in het arbeidsreglement en op voorwaarde dat daarover een schriftelijk wederzijds akkoord wordt gesloten met de werkgever.
Voorbeeld: het voltijdse uurrooster van de onderneming bedraagt 38 uur, verdeeld over 5 dagen per week, van maandag tot vrijdag.
- Werk je voltijds? Dan kun je met het 1/5 tijdskrediet jouw prestaties verminderen met 1 dag per week, bijvoorbeeld de vrijdag.
- Werk je voltijds? Dan kun je met het 1/5 tijdskrediet jouw prestaties verminderen met 2 halve dagen per week, bijvoorbeeld de woensdagnamiddag en de vrijdagnamiddag.
- Werk je voltijds en is deze mogelijkheid voorzien, dan kun je je uurrooster verminderen en nog 4/5 van het aantal uren van jouw voltijdse betrekking presteren (30 uur en 24 minuten per week), ongeacht hoe die uren gespreid zijn.
Wanneer het 4/5 uurrooster in onderling overleg met de werkgever is overeengekomen, moet het schriftelijk worden vastgelegd in een aanhangsel van de arbeidsovereenkomst.
3. Volledige onderbreking bestaat niet in het kader van tijdskrediet landingsbaan
Wil je jouw prestaties tijdelijk volledig onderbreken? Dan moet je voltijds tijdskrediet met motief aanvragen. Alle informatie daarover vind je in infoblad T160.
Is het mogelijk om tijdskrediet landingsbaan te verkrijgen bij tewerkstelling bij 2 verschillende werkgevers?
Ja. Bij tewerkstelling bij 2 verschillende werkgevers, kun je jouw prestaties gedeeltelijk onderbreken:
- tot halftijds, voor zover de globale tewerkstelling bij jouw 2 werkgevers minstens gelijk is aan een 3/4 tewerkstelling;
- met een 1/5, voor zover de globale tewerkstelling bij jouw 2 werkgevers minstens gelijk is aan een voltijdse tewerkstelling, verdeeld over minstens 5 dagen per week.
Een sectorale cao of ondernemings-cao of een schriftelijk akkoord op het niveau van de onderneming kan de mogelijkheid voor 1/5 tijdskrediet voorzien voor werknemers die minder dan 5 dagen werken. Die cao moet de modaliteiten voor de organisatie van het recht regelen.
De gedeeltelijke onderbreking tot een halftijdse of met 1/5 kan worden gevraagd:
- ofwel bij 1 van de 2 werkgevers;
- ofwel verhoudingsgewijs bij elk van de 2 werkgevers, op voorwaarde dat het begin en de duur van de 2 prestatieverminderingen identiek zijn en ze samen een halftijdse vermindering of een vermindering met 1/5 vormen.
Om te bepalen hoe de vermindering van de prestaties moet gebeuren, moet rekening worden gehouden met de voltijdse arbeidsduur bij de werkgever bij wie de aanvraag gebeurt.
Let op! Om het tijdskrediet te kunnen verkrijgen in een van die hypotheses, moet je het akkoord hebben van de werkgever(s) bij wie de aanvraag is gebeurd . Het is dus geen recht. Dat betekent dat de werkgever kan weigeren om je het gevraagde tijdskrediet toe te kennen, zelfs als je aan alle hierna opgesomde toegangsvoorwaarden voldoet.
Raadpleeg infoblad T163 voor meer informatie over dit onderwerp.
Hoe lang kun je tijdskrediet landingsbaan krijgen?
Je kunt tijdskrediet landingsbaan krijgen voor de duur die je wenst, op voorwaarde dat je de hierna vermelde minimum- en maximumduur respecteert.
Minimumduur
- 3 maanden bij halftijds tijdskrediet;
- 6 maanden, bij een aanvraag om 1/5 tijdskrediet.
De minimumduur moet je naleven bij elke aanvraag om tijdskrediet, ook bij verlenging.
Maximumduur
Je kunt halftijds of 1/5 tijdskrediet landingsbaan verkrijgen tot jouw pensioendatum.
Is het tijdskrediet landingsbaan een recht?
Als jouw werkgever hoogstens 10 werknemers tewerkstelt
Bij de werkgevers die hoogstens 10 werknemers tewerkstellen is het tijdskrediet landingsbaan geen recht. Het gaat enkel om een mogelijkheid waarvoor het akkoord van de werkgever vereist is. Dat akkoord moet gaan over het principe van tijdskrediet, de vorm van prestatievermindering (tot een halftijdse of met 1/5), de aanvangsdatum en de duur ervan.
Met andere woorden: zelfs als je voldoet aan de toegangsvoorwaarden bij de werkgever, kan die jou het gevraagde tijdskrediet toekennen of weigeren.
Als jouw werkgever meer dan 10 werknemers tewerkstelt
Als je voldoet aan de toegangsvoorwaarden die gelden bij jouw werkgever, heb je recht op het tijdskrediet landingsbaan. Bij 1/5 tijdskrediet vóór de leeftijd van 55 jaar en bij halftijds tijdskrediet (los van je leeftijd) is de toegang echter beperkt tot een quotum van gelijktijdige afwezigheden.
Quotum van de gelijktijdige afwezigheden
Volgens de algemene regel is het recht op 1/5 tijdskrediet van de werknemers jonger dan 55 jaar en op halftijds tijdskrediet in het eindeloopbaanstelsel en het recht op verschillende onderbrekingsvormen in het kader van tijdskrediet met motief beperkt tot 5% van het personeel. Die beperking van 5% kan eventueel worden gewijzigd door een sectorale of ondernemings-cao, of zelfs door een arbeidsreglement.
De werknemers tussen 50 en 54 jaar die 1/5 tijdskrediet vragen of aan het opnemen zijn en de werknemers van 50 of ouder die een halftijds tijdskrediet vragen of aan het opnemen zijn worden slechts tijdens 5 jaar in aanmerking genomen voor die 5% en dus niet tijdens de volledige duur van hun prestatievermindering.
Zodra het quotum van de gelijktijdige afwezigheden bereikt is, voorziet de wetgeving een mechanisme om de gelijktijdige afwezigheden te beperken. Dat betekent dat de aanvang van het tijdskrediet zal worden uitgesteld tot er opnieuw een plaats vrijkomt.
Voorbeeld: in een onderneming met 100 medewerkers mogen maar 5 medewerkers (5%) gelijktijdig tijdskrediet opnemen volgens de algemene regel. Vraagt een 6de werknemer van die onderneming een van die vormen van tijdskrediet aan? Dan zal de werkgever het mechanisme van de planning van de afwezigheden moeten toepassen en die werknemer bijgevolg moeten laten wachten tot er een plaats vrijkomt in het quotum.
Opmerking
De werknemers van 55 of ouder die 1/5 tijdskrediet vragen, vallen buiten het quotum. Dat betekent dat alle werknemers van 55 jaar of ouder dat tijdskrediet kunnen verkrijgen, los van de andere werknemers bij dezelfde werkgever voor wie het quotum wel geldt.
Los van het aantal werknemers in de onderneming
1. Uitsluiting van sommige categorieën van werknemers
Sommige personeelscategorieën kunnen worden uitgesloten van het recht op de verschillende soorten tijdskrediet door een sectorale of ondernemings-cao. Voldoen ze aan de toegangsvoorwaarden? Dan kunnen ze wel het tijdskrediet verkrijgen, op voorwaarde dat de werkgever akkoord gaat.
Voorbeeld: de ondernemings-cao bepaalt dat de leidinggevende personeelsleden uitgesloten zijn van het recht op tijdskrediet. Vraagt een van de leidinggevende personeelsleden een tijdskrediet aan? Dan kan de werkgever het dan ook weigeren overeenkomstig de cao of het toekennen als de toegangsvoorwaarden vervuld zijn.
2. Aanvraag tijdskrediet landingsbaan bij 2 verschillende werkgevers
Om tijdskrediet landingsbaan te kunnen verkrijgen wanneer je bent tewerkgesteld bij 2 verschillende werkgevers, is het akkoord van de werkgever bij wie je het aanvraagt onontbeerlijk. In die hypothese betekent dit dat het 1/5 tijdskrediet geen recht is, zelfs als de voorwaarden inzake anciënniteit en tewerkstelling zijn vervuld.
Bovendien moeten de 2 werkgevers hun akkoord geven wanneer de vermindering proportioneel bij beiden wordt aangevraagd. De respectievelijke akkoorden van de 2 werkgevers moeten gaan over het principe van de gevraagde vermindering (bijvoorbeeld bij 1/5 tijdskrediet: een halve inactiviteitsdag bij elke werkgever), de aanvangsdatum en de duur ervan.
Wie moet bepalen of je recht hebt op het tijdskrediet?
Het is jouw werkgever die moet bepalen of je recht hebt op het gevraagde tijdskrediet.
Voor meer informatie daarover moet je contact opnemen met jouw werkgever.
Kan de werkgever de aanvangsdatum van het tijdskrediet uitstellen?
Ja. Als er meer dan 10 werknemers zijn, los van de bepalingen in verband met het quotum van de gelijktijdige afwezigheden (zie de vraag 'Is tijdskrediet landingsbaan een recht?'), kan de werkgever de aanvangsdatum van je tijdskrediet in de 2 hypotheses uitstellen.
- Uitstel om ernstige interne of externe redenen
Door ernstige interne of externe redenen kan jouw werkgever de uitoefening van het recht op tijdskrediet uitstellen.
Ernstige interne of externe redenen zijn onder meer organisatorische behoeften, de continuïteit van het werk en de reële mogelijkheden tot vervanging. De ondernemingsraad kan die redenen verduidelijken.
Bij uitstel moet het recht op tijdskrediet ingaan uiterlijk 6 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het zou zijn ingegaan als er geen uitstel was geweest. De werkgever kan evenwel andere modaliteiten met jou overeenkomen. - Uitstel van het 1/5 tijdskrediet van de werknemers van 55 jaar of ouder
Ben je minstens 55 jaar en een vraag je 1/5 tijdskrediet aan? Dan is het quotum van de gelijktijdige afwezigheden niet van toepassing (zie de vraag: 'Is tijdskrediet landingsbaan een recht?').
Om de continuïteit van de arbeidsorganisatie niet in het gedrang te brengen, kan de werkgever in dat geval het recht op het tijdskrediet 1/5 uitstellen, als je een sleutelfunctie uitoefent. Het begrip sleutelfunctie kan worden verduidelijkt door een sectorale of ondernemings-cao of, als er geen vakbondsafvaardiging is, door middel van het arbeidsreglement.
Voorbeeld: jouw rol in de onderneming is zo belangrijk dat jouw afwezigheid de organisatie van de arbeid in het gedrang zou brengen, en er kan voor die afwezigheid geen enkele oplossing gevonden worden via de overplaatsing van personeel of interne mutaties.
Bij uitstel moet het recht op tijdskrediet ingaan uiterlijk 12 maanden te rekenen vanaf de dag waarop het zou zijn ingegaan als er geen uitstel was geweest. De werkgever kan evenwel andere modaliteiten met jou overeenkomen.
Mogen de verschillende redenen voor uitstel gebruikt worden voor eenzelfde aanvraag om tijdskrediet?
Nee. De termijn van het uitstel door ernstige interne of externe redenen en de termijn voorzien wanneer het quotum van de gelijktijdige afwezigheden is bereikt of overschreden, mogen niet gebruikt worden voor eenzelfde aanvraag om tijdskrediet (zie de vraag 'Is tijdskrediet een recht?').
Het specifieke uitstel van 12 maanden voor de werknemers van 55 jaar of ouder die een sleutelfunctie uitoefenen en het uitstel van 6 maanden door ernstige interne of externe redenen, komen trouwens tegelijkertijd voor, zonder te kunnen worden opgeteld.
Welke voorwaarden moet je vervullen om het tijdskrediet landingsbaan bij jouw werkgever en uitkeringen van de RVA te krijgen?
Om tijdskrediet eindeloopbaan te krijgen met onderbrekingsuitkeringen, moet je al deze voorwaarden vervullen:
- Anciënniteitsvoorwaarde: op het moment van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever moet je 24 maanden anciënniteit bij de werkgever hebben bij wie je het tijdskrediet aanvraagt.
- Tewerkstellingsvoorwaarde: je moet in de 24 maanden voor de schriftelijke kennisgeving tewerkgesteld zijn geweest in de vereiste arbeidsregeling.
- Leeftijdsvoorwaarde: 60 jaar of 55 jaar in het kader van een specifiek stelsel
- Voorwaarde beroepsverleden: je moet een bepaald aantal jaren beroepsverleden in loondienst hebben in functie van je leeftijd. Dat aantal wordt progressief opgetrokken vanaf 01.01.2026.
Bovendien mag je, zoals voor elk tijdskrediet, geen activiteit of inkomsten hebben die je niet mag cumuleren: zie infoblad T1 'Regels voor de cumulatie met onderbrekingsuitkeringen'
U moet in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte wonen, of in Zwitserland: zie infoblad T111 Woonplaats van de werknemer in loopbaanonderbreking / tijdskrediet
Opmerking: als je de voorwaarden voor tijdskrediet landingsbaan niet vervult, kun je eventueel een aanvraag voor halftijds tijdskrediet of 1/5 tijdskrediet met motief indienen. Tijdskrediet met motief is toegankelijk voor alle werknemers, los van hun leeftijd. Bovendien zijn er geen voorwaarden rond beroepsverleden in loondienst en de tewerkstellingsvoorwaarde moet enkel bewezen worden voor de 12 maanden vóór de schriftelijke kennisgeving. Toch kan je tijdskrediet met motief enkel krijgen als je je aanvraag kan rechtvaardigen door een van de reglementaire redenen. Bovendien kan je met dat tijdskrediet je prestaties slechts tijdens een bepaalde periode verminderen (en niet tot aan je pensioen). Ten slotte, is het bedrag van de onderbrekingsuitkeringen die de RVA betaalt minder hoog.
Raadpleeg infoblad T160 voor meer informatie over het tijdskrediet met motief.
1. Anciënniteitsvoorwaarde
Op het moment dat je aan je werkgever schriftelijk kennisgeeft dat je tijdskrediet wil nemen, moet je minstens 24 maanden anciënniteit hebben bij je werkgever (zie de aanvraagprocedure in infoblad T159).
Dat betekent dat je een arbeidsovereenkomst moet hebben sinds minstens 24 maanden bij de werkgever bij wie je tijdskrediet landingsbaan vraagt. Is dat niet het geval? Dan kan die termijn van 24 maanden evenwel in onderling overleg met de werkgever worden verminderd.
2. Tewerkstellingsvoorwaarden
De tewerkstellingsvoorwaarde verschilt naargelang je halftijds of 1/5 tijdskrediet vraagt.
Halftijds tijdskrediet
Tijdens de 24 opeenvolgende maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving die je aan de werkgever geeft, werkte je:
- voltijds;
- of minstens 3/4 van een voltijdse betrekking.
1/5 tijdskrediet
Tijdens de 24 opeenvolgende maanden die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving die je aan de werkgever geeft, werkte je:
- voltijds;
- of 4/5 in het kader van het algemene stelsel van 1/5 tijdskrediet, verkregen met de toepassing van de cao 103 (dat wil zeggen, tijdskrediet waarvoor de schriftelijke kennisgeving is gebeurd na 01.09.2012);
- of 4/5 in het kader van het algemene stelsel van 1/5 tijdskrediet, verkregen met de toepassing van de cao 77bis (dat wil zeggen, tijdskrediet waarvoor de schriftelijke kennisgeving is gebeurd vóór 01.09.2012).
Opmerkingen
Heb je niet in het toegestane arbeidsregime gewerkt tijdens de 24 maanden vóór de schriftelijke kennisgeving? Dan kunnen sommige periodes van afwezigheid of van deeltijdse tewerkstelling worden gelijkgesteld met prestaties of worden geneutraliseerd.
De gelijkgestelde periodes tellen als een periode van effectieve tewerkstelling. De geneutraliseerde periodes verlengen de periode van 24 maanden waarin de tewerkstelling moet worden geverifieerd. Voor meer informatie daarover kun je terecht bij jouw werkgever.
Heb je niet tijdens minstens 24 maanden met een arbeidsovereenkomst gewerkt in de onderneming en gaat de werkgever akkoord om van die voorwaarde af te wijken? Dan mag de vereiste tewerkstelling tijdens 24 maanden in het toegestane arbeidsregime bij verschillende werkgevers bewezen worden.
3. Leeftijdsvoorwaarde
Algemene regel
Je moet minstens 60 jaar zijn op de aanvangsdatum van jouw tijdskrediet landingsbaan.
Uitzonderingen – specifieke stelsels
Je kan halftijds of 1/5 tijdskrediet krijgen vanaf 55 jaar als je onder een van deze specifieke stelsels valt:
- zware beroepen (wisselende ploegen, onderbroken diensten, arbeidsregime met nachtprestaties);
- arbeidsongeschikt zijn om de activiteit in de bouwsector te blijven uitoefenen;
- tewerkstelling in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering;
- tewerkstelling in een beschutte werkplaats, sociale werkplaats of maatwerkbedrijf (PC 327);
- lange loopbaan.
Je moet ook een beroepsverleden van 25 jaar bewijzen voor alle specifieke stelsels, behalve voor het stelsel lange loopbaan waarvoor je 35 jaar beroepsverleden moet bewijzen (zie 4. Voorwaarde beroepsverleden als loontrekkende).
Opmerking
Het is niet langer mogelijk om tijdskrediet landingsbaan aan te vragen tussen 50 en 54 jaar.
Zwaar beroep
Heb je een 'zwaar beroep' uitgeoefend:
- tijdens minstens 5 jaar tijdens de 10 jaar vóór de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever of
- tijdens minstens 7 jaar tijdens de 15 jaar vóór de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever?
Dan kun je tijdskrediet landingsbaan krijgen vanaf 55 jaar als je 25 jaar beroepsverleden kunt aantonen.
Wat is een zwaar beroep?
Om tijdskrediet landingsbaan te kunnen krijgen vanaf 55 jaar, worden beschouwd als zwaar beroep:
Werk in wisselende ploegen
Het gaat om arbeid in minstens 2 ploegen:
- met elk minstens 2 werknemers;
- die hetzelfde werk doen, zowel qua inhoud als qua omvang;
- die elkaar in de loop van de dag opvolgen, zonder onderbreking tussen de opeenvolgende ploegen en zonder overlapping die 1/4 van hun dagtaak overschrijdt;
- en op voorwaarde dat de werknemer beurtelings van ploeg wisselt.
Voorbeelden van tewerkstelling die geen arbeid in wisselende ploegen is:
- een ploeg van 5 werknemers werkt van 5 u. tot 8 u. om de werkplaats voor te bereiden voor een productieploeg die van 8 u. tot 16 u. werkt. Het gaat dus niet om wisselende ploegen, want ze doen niet hetzelfde werk;
- een eerste ploeg van 8 werknemers werkt van 10 u. tot 18 u., een tweede ploeg van 14 u. tot 22 u. Zij doen hetzelfde werk. Het gaat niet om wisselende ploegen omdat er een overlapping is van 4 uur (van 14 u. tot 18 u.), wat de helft en dus meer dan 1/4 van het aantal arbeidsuren is;
- Bart doet hetzelfde werk als zijn collega. De ene werkt van 6 u. tot 13.30 u., de andere van 13 u. tot 18.30 u. Zij wisselen elke dag af. Er zijn geen andere collega's die hetzelfde werk doen. Het gaat niet om wisselende ploegen, want elke 'ploeg’ bestaat slechts uit één werknemer;
- er zijn 2 ploegen van elk 10 personen. De ene ploeg werkt van 6 u. tot 14 u., de tweede van 14 u. tot 22 u. De betrokken werknemer is tewerkgesteld in de ploeg van 6 u. tot 14 u. Het gaat niet om arbeid in wisselende ploegen, want de werknemer wisselt niet, aangezien die steeds in dezelfde ploeg werkt.
Werk in onderbroken diensten
Het gaat om arbeid waarbij u permanent werkt in dagprestaties waarvan de begintijd en eindtijd minimum 11 uur uit elkaar liggen, met een onderbreking van minstens 3 uur en minimumprestaties van 7 uur.
Voor de toepassing van die bepaling:
- moet onder permanente tewerkstelling verstaan worden dat de ononderbroken dienst het gewone en dus geen occasioneel arbeidsregime is;
- moet onder dagprestaties worden verstaan dat de prestaties uitsluitend worden verricht tussen 6 uur 's ochtends en middernacht.
Voorbeeld:
An is permanent tewerkgesteld als onderhoudsarbeidster vóór en na de normale werkuren van haar collega's en ze werkt van 6.30 u. tot 9 u. en van 16 u. tot 20.30 u. Het gaat hier dus wel degelijk om arbeid in onderbroken diensten, want:
- het gaat om dagprestaties (tussen 6 u. 's morgens en middernacht);
- er ligt 14 uur tussen het begin en het einde (van 6.30 u. tot 20.30 u. = minstens 11 uur);
- er is een onderbreking van 9 u. tot 16 u. = 7 uur = minstens 3 uur;
- de prestaties bedragen in totaal 7 uur (van 6.30 u. tot 9 u. = 2,5 uur en van 16 u. tot 20.30 u. = 4,5 uur).
Het arbeidsregime met nachtarbeid
Als je gedurende minstens 20 jaar tewerkgesteld bent geweest in een stelsel van nachtwerk, kun je tijdskrediet landingsbaan krijgen vanaf 55 jaar.
Het moet gaan om het arbeid zoals gedefinieerd in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nr. 46 betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties.
Concreet betreft het dus prestaties die gewoonlijk worden verricht in arbeidsregimes met prestaties tussen 20 uur en 6 uur 's ochtends, uitgezonderd:
- de personen tewerkgesteld in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, de moeder of de voogd;
- het varend personeel van de visserijbedrijven en van de koopvaardij en het varend personeel tewerkgesteld aan werken van vervoer in de lucht.
Hoe bereken je de periode tijdens dewelke het zwaar beroep werd uitgeoefend?
De berekening om te bepalen of het zwaar beroep gedurende minstens 5 jaar tijdens de laatste 10 jaar of gedurende minstens 7 jaar tijdens de laatste 15 jaar vóór de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever werd uitgeoefend (zie de vraag 'welke procedure moet je volgen om het tijdskrediet aan te vragen bij je werkgever?') gebeurt in kalenderperiodes en wordt niet omgezet in dagen.
​ Het feit voltijds of deeltijds tewerkgesteld te zijn, speelt geen rol. Periodes van volledige schorsing van de arbeidsovereenkomst worden wel niet meegerekend, met uitzondering van de feestdagen, de dagen inhaalrust en de vakantiedagen.
Het is niet vereist dat de periodes tijdens dewelke het zwaar beroep werd uitgeoefend elkaar ononderbroken opvolgen en het moet ook niet om de laatste tewerkstelling gaan.
Welke bewijzen moet je bezorgen?
Je moet bij je aanvraag een overzicht voegen van de daadwerkelijk gepresteerde uren in de afgelopen 3 maanden in het kader van het zware beroep.
Als je het werk in wisselende ploegen inroept, moet je een attest van de werkgever bijvoegen als bewijs dat je werkt in minstens 2 ploegen van minstens 2 werknemers die hetzelfde werk doen, zowel qua inhoud als qua omvang en die elkaar in de loop van de dag opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen, zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak en op voorwaarde dat je regelmatig van ploeg wisselt.
Ongeschiktheid om de activiteit in de bouwsector te blijven uitoefenen
Als je tewerkgesteld bent bij een werkgever van het paritair comité van de bouwsector en je beschikt over een attest van een arbeidsarts die bevestigt dat je ongeschikt bent om je beroepsactiviteit voort te zetten, kun je tijdskrediet landingsbaan krijgen vanaf 55 jaar als je 25 jaar beroepsverleden bewijst.
Tewerkstelling in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering
Je kunt tijdskrediet landingsbaan krijgen vanaf 55 jaar als je 25 jaar beroepsverleden bewijst en als de begindatum van het tijdskrediet gelegen is in een periode van erkenning van je onderneming als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, en als:
- de onderneming aantoont dat haar aanvraag tot erkenning gedaan wordt in het kader van een herstructureringsplan en het zo mogelijk maakt ontslagen te vermijden;
- de minister van Werk in de erkenningsbeslissing expliciet vermeldt dat aan die voorwaarden is voldaan.
Tewerkstelling in een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of in een maatwerkbedrijf (PC 327)
Als je tewerkgesteld bent als doelgroepwerknemer door een werkgever die valt onder het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, kun je tijdskrediet landingsbaan vanaf 55 jaar krijgen als je 25 jaar beroepsverleden bewijst.
Lange loopbaan
Als je een lange loopbaan hebt, kun je tijdskrediet landingsbaan krijgen vanaf 55 jaar. Een lange loopbaan is een loopbaan van 35 jaar beroepsverleden als loontrekkende. Meer details vind je in dit infoblad onder punt 4. Voorwaarde beroepsverleden als loontrekkende
Noodzaak van een interprofessionele, sectorale of ondernemings-cao om toegang te krijgen tot de uitkeringen volgens een van de specifieke stelsels.
Om aanspraak te kunnen maken op onderbrekingsuitkeringen vanaf 55 jaar in het kader van een van de specifieke stelsels:
- moeten de sociale partners in de Nationale Arbeidsraad een interprofessionele collectieve arbeidsovereenkomst hebben afgesloten en;
- moet er in toepassing van die interprofessionele overeenkomst een collectieve arbeidsovereenkomst op sectoraal of ondernemingsniveau zijn afgesloten.
De interprofessionele overeenkomst en de overeenkomsten op sectoraal of op ondernemingsniveau mogen slechts voor een duur van hoogstens 2 jaar worden afgesloten. Ze kunnen wel worden verlengd met dezelfde of met andere voorwaarden.
Als er geen sectorale of ondernemings-cao werd afgesloten in toepassing van de interprofessionele cao, blijft de leeftijd om toegang te krijgen tot de uitkeringen behouden op 60 jaar.
Sectorale cao of toetreding nodig
Gedurende de periode van 01.01.2026 tot 31.12.2027 moet er, om de uitkeringen te kunnen krijgen vanaf 55 jaar, een sectorale cao zijn afgesloten in toepassing van de interprofessionele cao nr. 179 voor de werknemers met een lange loopbaan, die een zwaar beroep uitoefenen of die zijn tewerkgesteld in een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.
Gedurende de periode van 01.01.2028 tot 30.06.2029 moet er, om de uitkeringen te kunnen krijgen vanaf 55 jaar, een sectorale cao zijn afgesloten in toepassing van de interprofessionele cao nr. 180 voor de werknemers met een lange loopbaan, die een zwaar beroep uitoefenen of die zijn tewerkgesteld in een onderneming in moeilijkheden of in herstructurering.
Er is geen sectorale of toetredings-cao nodig om de interprofessionele cao's nr. 181 en nr. 182 toe te passen die zich richten op de werknemers van beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen en maatwerkbedrijven met een beroepsloopbaan van minstens 25 jaar (PC 327). De cao nr. 181 is van toepassing tijdens de periode van 01.01.2026 tot 31.12.2027 en de cao nr. 182 is van toepassing tijdens de periode van 01.01.2028 tot 30.06.2029.
Vermelding van de cao of van de toetreding bij de uitkeringsaanvraag
De werkgever moet in zijn deel van de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen het registratienummer van de sectorale cao invullen voor de toepassing van de uitzonderingen. Als het gaat om een onderneming die erkend is als onderneming in herstructurering of in moeilijkheden, moet er een kopie van de ondernemings-cao worden meegestuurd.
Als er geen paritair comité is ingevoerd of als het ingevoerde paritair comité niet werkt, moet de werkgever een kopie van de toetreding tot de interprofessionele cao 179 (tussen 01.01.2026 en 31.12.2027) of 180 (tussen 01.01.2028 en 30.06.2029) in de bijlage bij de uitkeringsaanvraag toevoegen.
4. Voorwaarde beroepsverleden als loontrekkende
Om onderbrekingsuitkeringen te kunnen ontvangen in het kader van een tijdskrediet landingsbaan moet je bovenop de 3 eerste voorwaarden ook een bepaald aantal arbeidsjaren als loontrekkende bewijzen. Sommige periodes worden gelijkgesteld aan arbeidsperiodes en worden in rekening genomen bij de berekening van het beroepsverleden.
Werknemers van 60 jaar en ouder
Vanaf 60 jaar moet je een beroepsloopbaan bewijzen die progressief zal worden opgetrokken tegen 2030 en die verschilt voor mannen en vrouwen.
Vanaf 01.01.2026, als je 60 jaar of ouder bent en je 1/2 of 1/5 tijdskrediet landingsbaan vraagt, moet je op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever, een beroepsloopbaan bewijzen van 31 jaar als je een man bent en 26 jaar als je een vrouw bent.
Het aantal jaar wordt jaarlijks geleidelijk verhoogd:
|
|
mannen |
vrouwen |
|---|---|---|
|
01.01.2027 |
32 jaar |
27 jaar |
|
01.01.2028 |
33 jaar |
28 jaar |
|
01.01.2029 |
34 jaar |
29 jaar |
|
01.01.2030 |
35 jaar |
30 jaar |
Hoe bereken je het beroepsverleden als loontrekkende?
Je moet alle arbeids- en gelijkgestelde dagen optellen sinds het begin van je loopbaan. De som van die dagen moet je dan delen door 312 om het aantal jaar beroepsverleden te berekenen. Als het resterende saldo groter is dan of gelijk is aan 156 dagen, mag het aantal jaar worden afgerond naar de hogere eenheid.
Onder 'arbeidsdag' moet je de dagen verstaan waarop je een activiteit als loontrekkende hebt uitgeoefend en waarvoor je een loon hebt ontvangen. Dat loon moet onderworpen zijn geweest aan socialezekerheidsinhoudingen voor de RSZ, in de sector werkloosheid.
Arbeidsdagen als zelfstandige waarvoor bijdragen werden betaald aan het RSVZ mogen dus niet worden meegerekend. Arbeidsdagen als statutair ambtenaar mogen ook niet worden meegerekend, tenzij in enkele uitzonderlijke gevallen.
Alle arbeidsdagen in loondienst die voltijds werden gepresteerd, mogen worden meegerekend ten belope van maximum 312 dagen per jaar.
Deeltijdse arbeidsdagen moeten naar rato van de geleverde prestaties worden meegerekend, tenzij ze werden gepresteerd tijdens een gelijkgestelde periode. Dus als je bijvoorbeeld gedurende een jaar 312 dagen halftijds hebt gewerkt, moet je 156 dagen tellen, dus 312/2.
Om te weten welke periodes van schorsing of vermindering van prestaties gelijkgesteld kunnen worden, kun je contact opnemen met je RVA-kantoor. Zij geven je een schematisch overzicht van deze periodes en voor elk ervan het aantal jaren en dagen dat kan worden gelijkgesteld met dagen voltijdse arbeid voor de berekening van je beroepsverleden.
Je kan de berekening van je beroepsverleden vragen door middel van het formulier C61 - beroepsverleden landingsbanen.
Als uit je berekening blijkt dat je aan vereiste beroepsverleden komt, zul je op eer moeten verklaren dat je voldoet aan die afwijkende voorwaarde. Die verklaring moet je doen in de aanvraag om onderbrekingsuitkeringen die je indient bij de RVA.
Werknemers vanaf 55 jaar
Vanaf 55 jaar moet je, als je een 1/2 of 1/5 tijdskrediet landingsbaan aanvraagt, een beroepsloopbaan bewijzen van 25 jaar voor de volgende specifieke stelsels: zware beroepen, nachtprestaties, arbeidsongeschiktheid in de bouwsector, ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering, en beschutte werkplaatsen, sociale werkplaatsen of maatwerkbedrijven, of een beroepsloopbaan van 35 jaar bewijzen als je kiest voor een specifieke regeling van de lange loopbaan.
De zware beroepen
Als je op de datum van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever een zwaar beroep hebt uitgeoefend:
- gedurende ten minste 5 jaar in de 10 jaar die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever of
- gedurende ten minste 7 jaar in de 15 jaar die voorafgaan aan de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever.
Je moet 25 jaar beroepsverleden bewijzen.
Als je op de datum van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever ten minste 20 jaar tewerkgesteld bent geweest in een stelsel van nachtwerk.
Je moet 25 jaar beroepsverleden bewijzen. Het moet gaan om arbeid zoals gedefinieerd in artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) nr. 46 betreffende de begeleidingsmaatregelen voor ploegenarbeid met nachtprestaties alsook voor andere vormen van arbeid met nachtprestaties.
Concreet gaat het dus om prestaties die gewoonlijk worden verricht in arbeidsregimes met prestaties tussen 20 uur en 6 uur 's ochtends, uitgezonderd:
- de personen tewerkgesteld in een familieonderneming waar gewoonlijk alleen bloedverwanten, aanverwanten of pleegkinderen arbeid verrichten onder het uitsluitend gezag van de vader, de moeder of de voogd;
- het varend personeel van de visserijbedrijven en van de koopvaardij en het varend personeel tewerkgesteld aan werken van vervoer in de lucht.
Ongeschiktheid om de activiteit in de bouwsector te blijven uitoefenen
Als je op de datum van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever beschikt over een attest van een arbeidsarts die bevestigt dat je ongeschikt bent om je beroepsactiviteit in de bouwsector verder uit te oefenen, moet je een beroepsloopbaan bewijzen van 25 jaar.
Tewerkstelling in een onderneming in moeilijkheden of herstructurering
Als de begindatum van je tijdskrediet gelegen is in een periode van erkenning van de onderneming als onderneming in moeilijkheden of in herstructurering, en als:
- de onderneming aantoont dat haar aanvraag tot erkenning gedaan wordt in het kader van een herstructureringsplan en het zo mogelijk maakt ontslagen te vermijden;
- de minister van Werk in zijn erkenningsbeslissing expliciet heeft vermeld dat aan die voorwaarde is voldaan.
U moet 25 jaar beroepsverleden bewijzen.
Tewerkstelling in een beschutte werkplaats, een sociale werkplaats of in een maatwerkbedrijf (PC 327)
Als je tewerkgesteld bent als doelgroepwerknemer door een werkgever die valt onder het paritair comité voor de beschutte werkplaatsen, de sociale werkplaatsen en de maatwerkbedrijven, kun je tijdskrediet landingsbaan vanaf 55 jaar krijgen.
U moet 25 jaar beroepsverleden bewijzen.
Lange loopbaan
Als je een lange loopbaan inroept, moet je op het ogenblik van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever een beroepsloopbaan van 35 jaar bewijzen.
Hoe bereken je de 25 jaar beroepsverleden als loontrekkende?
Voor de berekening van het beroepsverleden als loontrekkende, wordt rekening gehouden met de normale werkelijke arbeid en bijkomende prestaties zonder inhaalrust, verricht in een beroep en/of onderneming onderworpen aan de sociale zekerheid, waarvoor een loon werd betaald dat ten minste gelijk is aan het minimumloon en waarvoor socialezekerheidsinhoudingen werden verricht, met inbegrip van die voor de sector werkloosheid.
Dat betekent dat de prestaties als zelfstandig werknemer niet in rekening kunnen worden gebracht voor de berekening van het beroepsverleden als loontrekkende.
De arbeidsprestaties als statutair ambtenaar in de publieke sector of in het onderwijs mogen evenmin in rekening worden genomen. Dat is ook het geval voor de beroepsmilitairen. Overigens kan een periode van tewerkstelling als vrijwilliger in het leger onder bepaalde voorwaarden worden geregulariseerd.
Wat in geval van arbeid in loondienst in het buitenland?
Arbeid in loondienst gepresteerd in het buitenland kan enkel in aanmerking worden genomen binnen de grenzen van de werkloosheidsreglementering.
Dat betekent dat het de bilaterale en internationale verdragen zijn die de voorwaarden bepalen waaronder periodes van tewerkstelling in het buitenland in aanmerking zouden kunnen worden genomen. Op enkele uitzonderingen na kan bijgevolg geen enkele tewerkstellingsperiode in de landen buiten de Europese Economische Ruimte in aanmerking worden genomen.
Periodes gelijkgesteld aan arbeid als loontrekkende
De hierna opgesomde niet-gepresteerde periodes worden gelijkgesteld met arbeid in loondienst.
Bijgevolg kunnen de dagen gedekt door een van die periodes worden meegeteld voor de berekening van het beroepsverleden dat in aanmerking moet worden genomen.
1. De dagen gedekt door een opzeggingsvergoeding of een ontslagcompensatievergoeding;
2. De dagen volledige werkloosheid waarvoor de werkloze:
o een beroepsopleiding heeft gevolgd;
o tewerkgesteld is geweest in een beschutte werkplaats als moeilijk te plaatsen werkloze met een handicap;
o tewerkgesteld is geweest als 'tewerkgestelde werkloze';
3. De dagen vergoed in het kader van tijdelijke werkloosheid;
4. De dagen gedekt door een vergoeding arbeidsongeschiktheid, in toepassing van de wetgeving op de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
5. De dagen gedekt door een vergoeding ingevolge een arbeidsongeval, een beroepsziekte of een invaliditeitspensioen voor minderjarige arbeiders;
6. De wettelijke vakantiedagen en de vakantiedagen krachtens een algemeen verbindend verklaarde cao, voor zover die dagen aanleiding hebben gegeven tot de betaling van vakantiegeld alsook de dagen gedekt door vakantiegeld tijdens een periode van volledige werkloosheid;
7. De periodes die aanleiding hebben gegeven tot de betaling van een overbruggingsuitkering, zoals voorzien in de reglementering betreffende de pensioenen;
8. De dagen afwezigheid op het werk met behoud van loon waarop sociale zekerheidsbijdragen, met inbegrip van de sector werkloosheid, werden ingehouden;
9. De feest- of vervangingsdagen tijdens een periode van tijdelijke werkloosheid;
10. De dagen van arbeidsongeschiktheid met gewaarborgd loon tweede week en de dagen van arbeidsongeschiktheid met aanvulling of voorschot overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 12bis of nr. 13bis;
11. De dagen inhaalrust;
12. De dagen staking, lock-out en de dagen tijdelijke werkloosheid ingevolge staking of lock-out;
13. De carensdagen;
14. De dagen waarop niet werd gewerkt wegens vorst, die door het Fonds voor bestaanszekerheid van de werklieden uit het bouwbedrijf werden vergoed;
15. de dagen van uitoefening van de functie van rechter in sociale zaken;
16. De andere dagen afwezigheid op het werk zonder behoud van loon ten belope van ten hoogste tien dagen per kalenderjaar;
17. De dagen afwezigheid op het werk met het oog op het verstrekken van pleegzorgen;
18. de dagen waarop effectief een beroepsopleiding in de zin van de werkloosheidsreglementering werd gevolgd of waarop de werknemer actief was in het kader van een instapstage, ten belope van ten hoogste 96 dagen;
19. De dagen van aanwezigheid onder de wapens wegens oproeping of wederoproeping alsmede de dagen van dienst als gewetensbezwaarde of de dagen van prestaties als dienstplichtige die krachtens de betrokken wetgeving met legerdienst gelijkgesteld worden.
In de hiervoor opgesomde lijst kunnen de gelijkgestelde dagen in het buitenland enkel in aanmerking worden genomen binnen de grenzen van de werkloosheidsreglementering.
Hoe het beroepsverleden berekenen?
Per kalenderjaar kunnen maximum 313 arbeidsdagen in loondienst of daarmee gelijkgesteld in rekening worden genomen.
Deeltijdse arbeid wordt eveneens meegeteld, via de omzetting van arbeidsuren in arbeidsdagen. Daartoe moet de volgende formule worden gebruikt: aantal arbeidsuren en gelijkgestelde uren x6 / het uurrooster van een voltijdse betrekking.
Om die berekening uit te voeren, moet het totaal aantal arbeidsdagen als loontrekkende of gelijkgestelde dagen, sedert het begin van de loopbaan tot aan de dag van de schriftelijke aanvraag om tijdskrediet die is overgemaakt aan de werkgever, worden samengeteld. Het bekomen totaal gedeeld door 312 geeft het aantal jaren beroepsverleden als loontrekkende.
Wie moet het beroepsverleden berekenen en hoe moet het worden aangegeven aan de RVA?
Je moet het aantal vereiste dagen beroepsverleden als loontrekkende kunnen rechtvaardigen en het bewijs leveren aan de RVA. Je bent echter vrijgesteld van de indiening van verantwoordingsstukken over de gegevens die onze dienst kan krijgen bij andere socialezekerheidsinstellingen, met andere woorden de loopbaangegevens in België, beheerd door SIGEDIS.
NB: SIGEDIS is de instelling die de sociale gegevens over uw loopbaan beheert, door ze te verzamelen en te registreren in haar databanken. Die databanken worden ter beschikking gesteld van openbare instellingen zoals de RVA, opdat ze kunnen worden gebruikt. Als je meer uitleg wenst daarover, kun je hun website raadplegen: www.sigedis.be
Aangezien SIGEDIS geen afrekening bezorgt van de dagen doorgebracht onder de wapens naar aanleiding van een oproeping of een wederoproeping bij het leger, noch de dagen als gewetensbezwaarde of de prestaties als dienstplichtige gelijkgesteld aan militaire dienst, moet je, als je je in een van die situaties bevond, de RVA een bewijs leveren dat het aantal dagen vermeldt die in aanmerking kunnen worden genomen.
Aangezien SIGEDIS evenmin de afrekening bezorgt van de dagen tewerkstelling in het buitenland, moet je, als je hebt gewerkt als loontrekkende in een ander land van de Europese Economische Ruimte, het schriftelijk bewijs daarvan bezorgen aan de RVA, via alle nodige middelen (bijvoorbeeld: het Europees formulier U1 ingevuld door de bevoegde buitenlandse instelling of elk ander bewijs). Voor eventuele prestaties onderworpen aan de overzeese sociale zekerheid, als u tijdskrediet landingsbaan aanvraagt vóór 01.01.2019, moet je ook het bewijs leveren van het aantal meegetelde dagen als loontrekkende, aan de hand van de nodige bewijsstukken.
Kan de RVA je beroepsverleden als loontrekkende vooraf berekenen?
Ja. Als je dat wil, kun je aan het RVA-kantoor van jouw woonplaats, vragen om je beroepsverleden als loontrekkende te berekenen. Je moet dan het formulier 'C61 - Beroepsverleden landingsbanen' invullen.
Op basis van die aanvraag zal het RVA-kantoor je beroepsverleden berekenen met behulp van de gegevens die beschikbaar zijn bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Het zal je dan op de hoogte brengen van het resultaat.
Wat gebeurt er naargelang van het resultaat?
Als uit het antwoord van de RVA blijkt dat je het vereiste beroepsverleden als loontrekkende hebt, kun je dat bewijs aan je werkgever voorleggen wanneer je het recht op tijdskrediet landingsbaan aanvraagt.
Omgekeerd heb je geen recht op tijdskrediet landingsbaan bij je werkgever als je niet het vereiste beroepsverleden hebt. Als je echter vindt dat de RVA bij de berekening van je beroepsverleden geen rekening heeft gehouden met bepaalde elementen, kun je een nieuwe aanvraag indienen op basis van bijkomende bewijsstukken (bijvoorbeeld het bewijs van loopbaanjaren als loontrekkende in een ander Europees land).
Bedragen van de onderbrekingsuitkeringen
De uitkering is forfaitair. Het bedrag varieert niet in functie van je loon. Er zijn wel enkele criteria die het bedrag kunnen beïnvloeden. Namelijk:
- De gevraagde prestatieverminderingsbreuk (halftijds of 1/5 tijdskrediet) speelt een rol.
- Als je halftijds tijdskrediet aanvraagt, vanuit een deeltijdse betrekking van minstens 3/4 van een voltijdse betrekking, wordt de uitkering berekend naar rato van de tewerkstellingsbreuk.
Bijvoorbeeld: als je 4/5 werkt, krijg je 4/5 van het uitkeringsbedrag voor 4/5 tijdskrediet voor voltijdse werknemers.
- Als je tijdskrediet geen volle maand duurt, krijg je een proportioneel gedeelte van het uitkeringsbedrag op basis van het aantal dagen tijdskrediet.
- Als je 1/5 tijdskrediet vraagt, varieert de uitkering naargelang je samenwonend of alleenwonend bent. Je wordt beschouwd als alleenwonende werknemer:
- als je alleen woont. In dat geval krijg je een verhoogde uitkering;
- als je enkel samenwoont met een of meerdere kinderen van wie je er minstens één ten laste hebt. In dat geval krijg je een verhoogde uitkering, waarop een lagere bedrijfsvoorheffing geldt.
De uitkeringen zijn onderworpen aan bedrijfsvoorheffing. Dat betekent dat de ontvangen maandelijkse uitkering een netto-uitkering is, waarvan de bedrijfsvoorheffing al is afgetrokken.
NB Voor meer informatie over het fiscale aspect en over het percentage van de voorheffing die wordt ingehouden op de uitkeringen voor tijdskrediet, zie de vraag: "welke invloed hebben de uitkeringen op uw belastingen?"
De bedragen van de onderbrekingsuitkeringen: vind je in de rubriek Barema's op de website van de RVA.
U kunt het bedrag van de uitkering ook berekenen in de toepassing Break@Work.
Waar mogen de onderbrekingsuitkeringen worden betaald?
Onderbrekingsuitkeringen worden met een bankoverschrijving betaald. De uitkeringen kunnen worden betaald op financiële rekeningen in:
- in België;
een land dat behoort tot de gemeenschappelijke betalingsruimte voor de euro, of SEPA (= Single Euro Payments Area) De lijst met alle landen kan u terugvinden via EPC Document
Wat gebeurt er als de werkgever of een sectoraal fonds u een aanvullende vergoeding betaalt, boven op de uitkering van de RVA?
In sommige gevallen kan de werkgever of een sectoraal fonds je een aanvullende vergoeding betalen naast de uitkering van de RVA (als een sectorale of ondernemings-cao dat bepaalt of via een individuele overeenkomst met de werkgever).
In bepaalde gevallen wordt een inhouding berekend op het totaalbedrag van de onderbrekingsuitkering en de aanvullende vergoeding.
Jouw gezinssituatie kan een impact hebben op de berekening. Je moet dus bij je aanvraag een formulier C1-Tijdskrediet-cao-103-06/17 voegen waarmee je je gezinssituatie kunt aangeven.
Dat betreft de werknemers van 45 jaar of ouder die een halftijdse landingsbaan genieten.
Landingsbaan zonder uitkeringen
Je kunt een tijdskrediet landingsbaan krijgen bij je werkgever zonder de uitkeringen van de RVA aan te vragen. In dat geval hoef je niet te voldoen aan de toekenningsvoorwaarden voor de uitkeringen, maar enkel aan de toegangsvoorwaarden bij je werkgever. Je bent dan ook niet onderworpen aan de regels rond cumulatie met andere activiteiten en inkomsten, noch aan de regels inzake de woonplaats (zie de vragen daarover).
Bijvoorbeeld: als je tijdskrediet landingsbaan wil nemen om te starten met een niet-cumuleerbare activiteit (bijvoorbeeld een zelfstandige activiteit) of als je een pensioen krijgt, kun je het tijdskrediet aanvragen zonder uitkeringen.
Je moet van dat tijdskrediet zonder uitkeringen wel aangifte doen bij de RVA. Daarvoor dien je een aanvraagformulier voor tijdskrediet in bij het RVA-kantoor van je woonplaats (zie de vraag hierna).
Wat als je uitkeringen aanvraagt, maar je niet voldoet aan de toekenningsvoorwaarden?
Als je voldoet aan de toegangsvoorwaarden om tijdskrediet te verkrijgen bij de werkgever, maar de RVA weigert om je uitkeringen te betalen omdat je niet voldoet aan de toekenningsvoorwaarden, dan ben je in tijdskrediet zonder uitkeringen.
Met andere woorden: de gedeeltelijke onderbreking die je werkgever heeft toegekend, zal nog blijven lopen tot de gevraagde einddatum, maar zonder uitkeringen van de RVA. In dat geval zul je u enkel recht hebben op het loon dat jouw werkgever betaalt op basis van uw deeltijdse arbeidsregeling. De onderbroken breuk zal ook niet kunnen worden gelijkgesteld voor jouw pensioen.
Wil je niet in tijdskrediet zonder uitkeringen? Dan moet je, om terug te keren naar jouw oorspronkelijke arbeidsregeling, het tijdskrediet vroegtijdig stopzetten, met toestemming van jouw werkgever. Die toestemming moet betrekking hebben op het principe en op de datum van de vroegtijdige stopzetting. Stemt jouw werkgever toe om jouw tijdskrediet stop te zetten? Dan moet je dat schriftelijk melden aan het RVA-kantoor van jouw woonplaats. Daarvoor kun je de 'Aangifte van een wijziging betreffende de gegevens' gebruiken die je terugvindt op de RVA-website.
Wat is de aanvraagprocedure bij de RVA?
De procedure kun je raadplegen in infoblad T159.
Behandeling van jouw aanvraag door de RVA
Zodra de RVA jouw aanvraag voor tijdskrediet ontvangt, wordt die behandeld. Je krijgt dan een antwoord door middel van de beslissing C62.
Meer informatie daarover vind je in infoblad T159.
Betwisting van de beslissing van de RVA
Ja, je kunt in beroep gaan tegen de beslissing van de RVA bij de bevoegde arbeidsrechtbank.
Meer informatie over de procedure vind je in infoblad T110.
Je dossier online opvolgen
Meer informatie daarover vind je in infoblad T159.
Jouw situatie wijzigt tijdens jouw tijdskrediet
Wijzigen een of meer van de gegevens die je in jouw aanvraagformulier hebt meegedeeld aan het RVA-kantoor tijdens jouw tijdskrediet? Dan moet je jouw RVA-kantoor daar onmiddellijk en schriftelijk van op de hoogte brengen.
Meer informatie daarover vind je in infoblad T159.
Mag je het lopende tijdskrediet vroegtijdig stopzetten?
Ja, maar het gaat enkel om een mogelijkheid en niet om een recht.
Of je nu je onderbrekingsbreuk verandert (dat wil zeggen, dat je van een vermindering van 1/5 naar een halftijdse gaat of omgekeerd), je functie hervat in je oorspronkelijk arbeidsregime of je een thematisch verlof aanvraagt (verlof voor medische bijstand, verlof voor palliatieve zorgen of ouderschapsverlof), voor een vroegtijdige stopzetting heb je altijd de toestemming van de werkgever nodig. Die toestemming moet betrekking hebben op het principe en op de datum van de vroegtijdige stopzetting.
Bij een akkoord moet je het RVA-kantoor van je woonplaats vooraf op de hoogte brengen van de datum van het vroegtijdige einde van het tijdskrediet. Daarvoor kun je de 'Aangifte van een wijziging betreffende de gegevens' gebruiken die je terugvindt op de RVA-website.
Ben je beschermd tegen ontslag tijdens jouw tijdskrediet?
Ja. De wetgeving voorziet in een bescherming tegen ontslag. De wet wil je het gebruik van het recht op tijdskrediet garanderen en, in voorkomend geval, de mogelijkheid geven om het oorspronkelijke uurrooster van de betrekking waarin u uw prestaties hebt verminderd, terug te krijgen.
Die bescherming gaat in op de dag van het akkoord of, als je gebruik maakt van een recht op tijdskrediet, op de dag van de schriftelijke kennisgeving aan de werkgever. Die eindigt 3 maanden na de einddatum van het tijdskrediet.
Dankzij die bescherming kan je werkgever je arbeidsovereenkomst niet eenzijdig opzeggen. De bescherming is echter niet van toepassing als het ontslag gerechtvaardigd wordt door een dringende of voldoende reden. Voor de toepassing van die maatregel:
- wordt beschouwd als dringende reden, elke zware fout die elke professionele samenwerking tussen de werkgever en de werknemer onmiddellijk en definitief onmogelijk maakt;
- als voldoende reden geldt een door de rechter als zodanig erkende reden waarvan de aard en de oorzaak vreemd zijn aan de loopbaanonderbreking. Zo wordt het ontslag wegens conventioneel brugpensioen beschouwd als voldoende reden.
Wat gebeurt er als de werkgever je ondanks de bescherming toch ontslaat?
Ontslaat de werkgever je tijdens de beschermingsperiode om een andere reden dan een dwingende of een voldoende reden? Dan moet hij je een forfaitaire vergoeding betalen gelijk aan 6 maanden loon, bovenop de opzeggingsvergoeding (zie hierna).
Welke modaliteiten zijn van toepassing bij ontslag?
Los van de wettelijk bepaalde bescherming en van de eventuele betaling van de forfaitaire vergoeding gelijk aan 6 maanden loon, kan het gebeuren dat de werkgever je tijdens jouw tijdskrediet ontslaat.
Wanneer de werkgever je een opzeggingstermijn betekent
Wanneer je wordt ontslagen met een opzeggingstermijn, blijft de arbeidsovereenkomst tijdens een bepaalde periode, de opzeggingstermijn, voortbestaan. De opzeggingstermijn loopt tijdens de periode van halftijds of 1/5 tijdskrediet.
Dat betekent dat de werkgever je tijdens die opzeggingstermijn betaalt op basis van jouw deeltijdse prestaties en dat de RVA je de uitkeringen voor het tijdskrediet verder blijft betalen, in functie van de breuk van prestatievermindering.
Wanneer de werkgever je overeenkomst verbreekt met betaling van een compenserende opzeggingsvergoeding
Wanneer het ontslag wordt gegeven zonder dat een opzeggingstermijn wordt betekend of als de opzeggingstermijn niet volstaat, wordt de arbeidsovereenkomst onmiddellijk verbroken. In dat geval moet de werkgever je een vergoeding betalen (de compenserende opzeggingsvergoeding genoemd) tijdens een periode die ofwel gelijk is aan de duur van de opzeggingstermijn die je had moeten worden betekend, ofwel aan het verschil tussen de betekende termijn en de verschuldigde termijn.
Aangezien de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang wordt verbroken, houdt het halftijdse of 1/5 tijdskrediet op en betaalt de RVA dus geen uitkeringen meer vanaf de datum van die verbreking.
Er moet een onderscheid worden gemaakt naargelang de landingsbaan voor onbepaalde of voor bepaalde duur werd genomen.
Heb je je tijdskrediet landingsbaan voor onbepaalde duur aangevraagd? Dan wordt de opzeggingsvergoeding berekend op basis van het loon dat verschuldigd was in het kader van de vermindering van de prestaties, dat wil zeggen op het deeltijds loon dat je op het moment van het ontslag ontving.
Heb je je tijdskrediet landingsbaan voor bepaalde duur aangevraagd? Dan wordt de opzeggingsvergoeding berekend op basis van het loon dat je had ontvangen als je je loopbaan niet gedeeltelijk had onderbroken.
Wat moet je doen als jouw werkgever je ontslaat tijdens het tijdskrediet?
Je moet onmiddellijk het RVA-kantoor van jouw woonplaats schriftelijk op de hoogte brengen van de datum van de verbreking van je arbeidsovereenkomst.
Recht op werkloosheidsuitkeringen
Na de periode gedekt door de opzeggingstermijn of de compenserende opzeggingsvergoeding heb je recht op werkloosheidsuitkeringen, berekend op basis van het loon waarop je recht had gehad als je het tijdskrediet niet had aangevraagd.
Verlies van het recht op uitkeringen
Jouw recht op uitkeringen gaat verloren:
- aan het einde van de termijn vermeld in de overeenkomst met jouw werkgever, tenzij die termijn in onderling overleg wordt verlengd;
- vanaf de dag waarop je het werk hervat bij dezelfde of bij een andere werkgever;
- vanaf de dag waarop jouw arbeidsovereenkomst eindigt;
- vanaf de dag waarop je een pensioen ontvangt;
- vanaf de dag waarop je gedurende meer dan 24 maanden halftijds tijdskrediet of meer dan 60 maanden 1/5 tijdskrediet cumuleert met een zelfstandige activiteit;
- vanaf de dag waarop je een zelfstandige activiteit aanvat;
- vanaf de dag waarop je een eender welke activiteit in loondienst aanvat;
- vanaf de dag waarop je het aantal uren van jouw vooraf bestaande bijkomende activiteit in loondienst uitbreidt;
- vanaf de dag waarop je een niet-toegelaten politiek mandaat uitoefent;
- vanaf de dag waarop je een vergoede activiteit uitoefent in het buitenland in het kader van een erkend project van ontwikkelingssamenwerking voor rekening van een erkende niet-gouvernementele organisatie voor ontwikkelingssamenwerking.
Gevolg van het verlies van het recht op uitkeringen
Als je het recht op uitkeringen verliest, blijf je in tijdskrediet zonder uitkeringen bij je werkgever. Dat betekent dat de gevraagde periode van tijdskrediet doorloopt tot de oorspronkelijk aangevraagde einddatum.
Verlies je het recht op uitkeringen tijdens het tijdskrediet? Dan kun je wel eventueel, met de goedkeuring van jouw werkgever, het tijdskrediet stopzetten en opnieuw aan het werk gaan volgens jouw oorspronkelijke uurregeling. In dat geval moet je daarvan het RVA-kantoor van jouw woonplaats schriftelijk op de hoogte brengen.
Terugvordering van al betaalde uitkeringen
Alle onrechtmatig ontvangen uitkeringen worden teruggevorderd, onder meer:
- wanneer jouw effectieve periode van tijdskrediet met uitkeringen niet de minimumduur bereikt van 3 maanden bij halftijds tijdskrediet en van 6 maanden bij 1/5 tijdskrediet.
Wanneer je door uitzonderlijke omstandigheden de vereiste minimumduur niet naleeft, kun je een gemotiveerde aanvraag tot kwijtschelding indienen bij de directeur van jouw RVA-kantoor, die jouw aanvraag overmaakt aan de administrateur-generaal. Worden de ingeroepen omstandigheden als uitzonderlijk beschouwd? Dan kan de administrateur-generaal van de RVA verzaken aan de terugvordering van de uitkeringen;
- wanneer je het RVA-kantoor vooraf niet schriftelijk verwittigt:
- dat je een activiteit als loontrekkende aanvat of het aantal uren van een vooraf bestaande bijkomende activiteit als loontrekkende verhoogt,
- dat je een zelfstandige activiteit of een politiek mandaat uitoefent,
- dat je een vergoede activiteit verricht in het buitenland in het kader van een erkend project voor ontwikkelingssamenwerking
- of dat je een pensioen krijgt;
- wanneer je de RVA niet laat weten dat uw arbeidsovereenkomst is afgelopen (ontslag genomen of gekregen) vóór de einddatum van je tijdskrediet;
- wanneer je de RVA niet laat weten dat je buiten de Europese Economische Ruimte woont;
- enz.
Welk bedrag wordt teruggevorderd?
De RVA vordert het brutobedrag van de uitkering terug, hoewel je het nettobedrag van de uitkering hebt ontvangen.
Op jouw belastingfiche wordt rekening gehouden met de terugbetaalde bedragen.
Wanneer je bewijst dat je de uitkeringen waarop je geen recht had, te goeder trouw hebt ontvangen, wordt de terugvordering beperkt tot de laatste 150 dagen waarop je onrechtmatig uitkeringen ontving. Die beperking telt niet als er sprake is van cumulatie met een prestatie toegekend op basis van een stelsel van de sociale zekerheid.
Gevolgen van een gevangenzetting tijdens je tijdskrediet
De betaling van onderbrekingsuitkeringen wordt geschorst tijdens een periode van gevangenzetting. Word je gevangengezet tijdens een periode waarin je onderbrekingsuitkeringen ontvangt? Dan moet je dat dus schriftelijk melden aan het werkloosheidsbureau van de RVA waarvan je afhangt. Als je onderbrekingsuitkeringen ontvangt terwijl je al gevangen zit, dan moet je die terugbetalen.
Is de periode van opsluiting korter is dan die van jouw onderbreking of van jouw vermindering van prestaties? Dan moet je aan het werkloosheidsbureau van de RVA een officieel document overmaken met daarop de datum waarop je gevangenzetting afloopt. Zo kan jouw recht op onderbrekingsuitkeringen worden heropend.
Impact van de uitkeringen op je belastingen
De uitkeringen zijn belastbaar. Fiscaal gezien worden ze beschouwd als een vervangingsinkomen.
Bedrijfsvoorheffing
Alle uitkeringen zijn onderworpen aan een bedrijfsvoorheffing.
Door die inhouding aan de bron daalt het nettobedrag van de uitkering voor tijdskrediet. Maar het voordeel ervan is dat na de definitieve berekening van de belastingen er minder hoeft te worden bijbetaald.
Bij halftijds tijdskrediet
De bedrijfsvoorheffing bedraagt:
- 17,15% als je alleenwonende bent. Dat wil zeggen als je alleen woont of als je enkel samenwoont met een of meerdere kinderen van wie je er minstens 1 fiscaal ten laste hebt en dat, ongeacht jouw leeftijd;
- 35% als je geen alleenwonende bent.
Bij 1/5 tijdskrediet
De bedrijfsvoorheffing bedraagt:
- 35% als je geen alleenwonende bent;
- 35% als je alleenwonende bent en je alleen woont;
- 17,15% als je een alleenwonende bent en enkel samenwoont met een of meerdere kinderen van wie je er minstens 1 ten laste hebt.
Eventuele vrijstelling van de bedrijfsvoorheffing
Ben je een Franse grensarbeider of ben je een Franse fiscale inwoner met de Franse nationaliteit en ontvang je een loon van een Belgische openbare werkgever? Dan kun je vrijgesteld worden van de bedrijfsvoorheffing. Meer info? Raadpleeg infoblad T119 Kun je vrijgesteld worden van de bedrijfsvoorheffing ingehouden op de onderbrekingsuitkeringen?.
Belastingaangifte
Je kunt jouw belastingaangifte invullen met de loonfiche 281.18. Daarop staat het totaal van de ontvangen uitkeringen en het totaal van de bedrijfsvoorheffing die werd ingehouden tijdens het belastingjaar. Bij een laattijdige betaling zullen de ontvangen sommen vermeld staan op de fiche 281.18 van het jaar van de betaling.
Die fiche wordt je elektronisch toegestuurd. Je kunt die fiche raadplegen in jouw eBox of via jouw dossier loopbaanonderbreking/tijdskrediet. Dat kan ook via Tax-on-web/My Minfin.
De eBox is de onlinedienst van de sociale zekerheid. Het is een beveiligde en persoonlijke elektronische mailbox waarmee elke burger op een gecentraliseerde manier officiële documenten kan ontvangen van de verschillende instellingen van de sociale zekerheid, waaronder de RVA.
Meer informatie over de e-Box vind je op www.myebox.be.
Wil je toch nog een papieren exemplaar van jouw fiscale fiche ontvangen? Dan kun je dat opvragen bij het RVA-kantoor van jouw woonplaats.
Bijkomende informatie
Heb je nog vragen over de invloed van de uitkeringen op de berekening van jouw belastingen? Neem dan contact op met je belastingadministratie.
Je vindt de gegevens van jouw belastingkantoor op de website van de Federale Overheidsdienst Financiën.
Invloed van het tijdskrediet landingsbaan op je pensioen
Voldoe je aan de voorwaarden van de pensioenreglementering? Dan kan de halftijdse of 1/5 periode van onderbreking worden gelijkgesteld aan prestaties maar enkel als je uitkeringen van de RVA ontvangt..
Heb je vragen over de gelijkstelling van periodes van loopbaanonderbreking voor de toekenning van jouw pensioen? Surf dan naar www.mypension.be of neem contact op met de gratis pensioenlijn 1765.
Vlaamse aanmoedigingspremie
In sommige gevallen en onder bepaalde voorwaarden betaalt de Vlaamse Gemeenschap, naast de uitkering van de RVA, een aanmoedigingspremie.
Je vindt alle nuttige informatie over die Vlaamse aanmoedigingspremies op de website van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap: www.vlaanderen.be. Je kunt ook gratis contact opnemen met de Vlaamse Infolijn op het nummer 1700 of via e-mail: aanmoedigingspremie@vlaanderen.be
Bestaan er andere mogelijkheden om de loopbaan te onderbreken dan die voorzien in het kader van het tijdskrediet?
Ja. Naast de verschillende soorten tijdskrediet bestaan er 4 thematische verloven. De thematische verloven zijn specifieke vormen van loopbaanonderbreking om te voldoen aan precieze behoeften.
Die 4 thematische verloven zijn de volgende:
- Ouderschapsverlof. Ouderschapsverlof is een loopbaanonderbreking voor de opvoeding van uw kinderen jonger dan 12 jaar of jonger dan 21 jaar als het gaat om een kind met een handicap (zie infoblad T19).
- Verlof voor medische bijstand. Verlof voor medische bijstand is een loopbaanonderbreking voor de zorg voor zwaar zieke familie- of gezinsleden (zie infoblad T18).
- Palliatief verlof. Palliatief verlof is een loopbaanonderbreking om bijstand te verlenen aan een persoon die aan een ongeneeslijke ziekte lijdt en terminaal is (zie infoblad T20).
- Verlof voor mantelzorg. Verlof voor mantelzorg is een vorm van loopbaanonderbreking om naasten te helpen of te ondersteunen die hun autonomie verliezen. Die naasten hoeven geen familie- of gezinsleden te zijn (zie infoblad T164).
Net zoals het tijdskrediet bieden die 4 thematische verloven de mogelijkheid om jouw arbeidsovereenkomst te schorsen of jouw arbeidsprestaties te verminderen tot een halftijdse of met 1/5.
Is het mogelijk om een thematisch verlof te krijgen tijdens een tijdskrediet?
Onder bepaalde voorwaarden is het mogelijk om een thematisch verlof (dat wil zeggen een ouderschapsverlof, een verlof voor medische bijstand of een palliatief verlof) te krijgen tijdens de lopende periode van tijdskrediet. Raadpleeg infoblad T117 voor meer informatie over dit onderwerp.
