Tijdelijke werkloosheid - bouwsector – slecht weer

E29

Laatste update : 13.02.2026

Dit infoblad beschrijft de voorwaarden en formaliteiten om in de bouwsector een regeling van tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer voor uw arbeiders te kunnen invoeren.

Deze procedure is gebaseerd op:

  • het koninklijk besluit van 16 december 1981 betreffende het loon van de werklieden uit het bouwbedrijf voor de ingevolge slecht weder verloren arbeidsuren;
  • artikel 50 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Voor meer algemene informatie over tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer, kunt u het infoblad E26 ‘Tijdelijke werkloosheid – slecht weer’ raadplegen.

Welke werknemers?

Tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer kan worden toegepast op:

  • arbeiders;
  • uitzendkrachten (aangeworven ter vervanging van arbeiders die arbeidsongeschikt zijn of als gevolg van een tijdelijke verhoging van de werklast);
  • leerlingen-arbeiders die een alternerende opleiding volgen (volgens artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 tot uitvoering van de wet van 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders). Het gaat dan over leerlingen met een overeenkomst van alternerende opleiding in de Vlaamse Gemeenschap en met een alternerende overeenkomst in de Franse Gemeenschap.

Studenten kunnen niet tijdelijk werkloos worden gesteld zolang ze studies met volledig leerplan volgen (behalve tijdens de maanden juli, augustus en september die volgen op het einde van hun studies, als ze nog verbonden zijn door een studentenovereenkomst).

Wanneer kunt u een beroep doen op tijdelijke werkloosheid?

Wanneer de arbeiders door slecht weer niet meer kunnen werken, kunt u hen tijdelijk werkloos stellen wegens slecht weer, op voorwaarde dat u de nodige formaliteiten naleeft.

Onder slecht weer worden de weersomstandigheden verstaan waarvan u in uw mededeling aan de RVA aantoont dat ze, gezien de aard van het werk, de uitvoering onmogelijk maken.

Voorbeelden:
Vorst of hevige regenval, waardoor metselwerken of ruwbouwwerken onmogelijk worden.

Er moet een rechtstreeks oorzakelijk verband bestaan tussen het slechte weer en de werken die worden uitgevoerd.  

Wanneer slecht weer een indirecte oorzaak is waardoor er niet kan worden gewerkt, kunt u eventueel een andere vorm van tijdelijke werkloosheid aanvragen, zoals overmacht.

Voorbeeld:
Als door het slechte weer bepaalde grondstoffen niet tijdig kunnen worden geleverd, kunnen de arbeiders die daardoor zonder werk vallen, tijdelijk werkloos gesteld worden wegens overmacht.

In welke gevallen heeft de werknemer recht op loon?

De werknemer heeft recht op het gewone loon als die het werk heeft kunnen aanvatten, maar in de loop van de dag moest stopzetten door het slechte weer.

Voor de niet-gepresteerde uren mag u een verminderd loon betalen.

De werknemer mag die dag niet meer tijdelijk werkloos worden gesteld wegens slecht weer.

De arbeider heeft daarentegen geen recht op loon wanneer die bij aankomst op de werf vaststelt dat die door het slechte weer niet kan werken.

De werknemer hoeft die dag niet aan te geven als arbeidsdag op de controlekaart eC3.2. U kunt de werknemer voor die dag nog tijdelijk werkloos stellen wegens slecht weer.

De mobiliteitspremie die de werknemer eventueel nog kan krijgen voor die dag wordt niet als loon beschouwd en mag worden gecumuleerd met uitkeringen tijdelijke werkloosheid.

Die specifieke regeling bestaat enkel voor de werknemers uit de bouwsector.

Geprogrammeerde winteropleidingen in de bouwsector

Dit specifieke stelsel, dat enkel geldt voor werknemers onder paritair comité 124 (dus niet voor uitzendkrachten, die onder PC 322 vallen), biedt de mogelijkheid om uitkeringen tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer toe te kennen tijdens een opleiding van maximaal 4 weken per werknemer. Dit kan enkel in de periode van 1 december tot en met 31 maart.

Omdat het om een vorm van tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer gaat, moet de werknemer het overeenkomstige vakje op de controlekaart leeg laten.

In de mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag moet u het adres vermelden van de werf waar de werknemer normaal tewerkgesteld zou zijn als die de winteropleiding niet zou volgen.

In de ASR scenario 5 moet u 'slecht weer' aangeven als reden van de tijdelijke werkloosheid.
In de rubriek 'winteropleiding' vermeldt u de begin- en de einddatum van de winteropleiding.

De dagen geprogrammeerde winteropleiding die vallen in de verplichte week werkhervatting worden niet gelijkgesteld met een werkhervatting.

Als een werknemer inhaalrustdagen heeft opgebouwd (bijvoorbeeld door overuren), moeten die eerst worden opgenomen voordat die tijdelijk werkloos kan worden gesteld door slecht weer om een geplande winteropleiding te volgen.

Een werknemer kan niet voor een halve dag tijdelijk werkloos worden gesteld. Dit betekent dat enkel volledige dagen winteropleiding vergoed kunnen worden als dagen van tijdelijke werkloosheid door slecht weer.

Formaliteiten

Welke formaliteiten moet u vervullen?

  • Vanaf het begin van de werkloosheid moet voor elke werknemer maandelijks de eerste effectieve dag van werkloosheid door slecht weer worden meegedeeld.

  • Als de werknemer een uitkeringsaanvraag moet indienen, moet u een ASR scenario 2 invoeren.

  • Na het einde van elke maand moet u een ASR scenario 5 invoeren.

Wie voert de formaliteiten uit?

U of uw sociaal secretariaat (als uw mandataris).

Als u uitzendkrachten tewerkstelt, worden bepaalde formaliteiten altijd uitgevoerd door het uitzendkantoor, namelijk:

  • de mededelingen van de eerste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA.  Daarin moet staan dat ze worden verstuurd voor uitzendkrachten-arbeiders en ze moeten de naam en het KBO-nummer van uw onderneming bevatten;
  • de aangiften sociaal risico, scenario's 2 en 5. Ook daarin moet het KBO-nummer van uw onderneming staan.

Indien nodig levert u of het uitzendkantoor ook de papieren controlekaart C3.2A af.

Hieronder vindt u meer uitleg over de verschillende formaliteiten:

 

Maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag

Voor wie, hoe en wanneer?

De mededeling moet worden gedaan voor elke werknemer die tijdelijk werkloos is wegens slecht weer.

De mededeling moet verstuurd worden aan het RVA-kantoor van de plaats waar de onderneming is gevestigd.

Daarmee bedoelen we de exploitatiezetel van uw onderneming en niet de maatschappelijke zetel.

De mededeling moet worden verstuurd:

  • maandelijks;
  • ofwel op de eerste effectieve werkloosheidsdag van de maand;
  • ofwel de volgende werkdag;
  • ofwel, als u met zekerheid weet dat de werknemer werkloos zal zijn, de werkdag die voorafgaat aan de eerste effectieve werkloosheidsdag.

U bent hiervan vrijgesteld als u voor de betrokken werknemer(s) in dezelfde kalendermaand al een mededeling hebt gedaan van een eerste effectieve dag tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek om economische redenen of wegens technische storing.

Onder 'werkdagen' worden alle dagen van de week verstaan, met uitzondering van zondagen, feestdagen, vervangende feestdagen en brugdagen.

Voorbeeld:

Woensdag is de eerste effectieve werkloosheidsdag als gevolg van slecht weer: de mededeling kan worden verstuurd op dinsdag, woensdag of donderdag.

Opmerking:

Als de voorgaande of volgende werkdag een zaterdag is, aanvaardt de RVA dat de mededeling verstuurd wordt op de voorafgaande vrijdag of de volgende maandag.

Voorbeeld:

Vrijdag is de eerste effectieve werkloosheidsdag als gevolg van slecht weer: de mededeling kan verstuurd worden op donderdag, vrijdag of ten laatste de volgende maandag.

Bijvoorbeeld: een deeltijdse werknemer die gewoonlijk van maandag tot en met woensdag werkt.

  • Als de eerste werkloosheidsdag op een maandag valt, mag de mededeling van die eerste werkloosheidsdag ook op de voorafgaande vrijdag of op de daaropvolgende dinsdag worden verstuurd.
  • Als die op woensdag valt mag de mededeling ook op de voorafgaande dinsdag of op de daaropvolgende donderdag worden verstuurd.

Wanneer de werknemers het werk in de loop van de dag moeten onderbreken door slecht weer, bent u hen voor die dag gewaarborgd dagloon verschuldigd.

Als u er zeker van bent dat de werknemers de volgende dag ook niet zullen kunnen werken, kunt u de mededeling aan de RVA dus al doen op de dag waarvoor u gewaarborgd loon verschuldigd bent.

De mededeling is maar één maand geldig (vanaf de dag van de tijdige mededeling tot de laatste kalenderdag van de maand).

Wanneer het slechte weer de volgende maand voortduurt, moet u dus een nieuwe mededeling versturen. Dat doet u ten laatste op de 2de werkdag van die maand.

Wat met feestdagen, vervangende feestdagen of brugdagen?

Als een feestdag in het weekend valt, dan wordt de daaropvolgende maandag in principe als de vervangende feestdag beschouwd.

Voorbeeld:

 11.11 valt op een zaterdag. 

Als de eerste dag slecht weer van de maand valt op vrijdag 09.11, moet u de mededeling ten laatste versturen op dinsdag 13.11 (maandag 12.11 wordt beschouwd als de vervangende feestdag).

De elektronische toepassing houdt geen rekening met vervangende feestdagen.

Daarom zal u een waarschuwing krijgen als u de elektronische mededeling verstuurt op dinsdag 13.11. U mag die boodschap negeren door op ‘volgende’ te klikken. Als de aangifte 1 dag te laat gebeurt vanwege:

  • een vervangende feestdag die valt op de maandag, als de feestdag gelegen was in het weekend: u hoeft geen bijkomende info te vermelden;
  • een vervangende feestdag in een andere situatie: moet u in het vak opmerkingen vermelden "##.##.#### = inhaalfeestdag ‘##.##.####’". 

Hetzelfde geldt voor collectief vastgelegde brugdagen.

Voorbeeld:

De feestdag van 01.11 valt op een donderdag.

Vrijdag 02.11 is binnen het bedrijf een collectief vastgelegde brugdag.

De eerste effectieve dag slecht weer valt op woensdag 31.10.

U mag de mededeling ten laatste versturen op maandag 05.11.

U vermeldt in de zone opmerkingen ‘vrijdag 02.11.#### = collectieve brugdag’.

Welke informatie moet u vermelden?

De maandelijkse mededeling aan de RVA moet de volgende informatie bevatten:

  • de naam, het adres en het ondernemingsnummer van de werkgever of de onderneming;
  • de naam, voornaam en het identificatienummer van de sociale zekerheid van de werknemer die werkloos wordt gesteld;
  • de eerste dag van de maand waarop de arbeidsovereenkomst van de betrokken werknemer(s) wegens slecht weer wordt geschorst;
  • het volledig adres van de plaats waar de werknemers die dag normaal zouden hebben gewerkt (als de straatnaam of het huisnummer nog niet gekend is, moet in de zone voorzien voor de straat een voldoende duidelijke beschrijving gegeven worden om de werf te lokaliseren).

Die verplichting maakt het de controlediensten mogelijk de echtheid van de werkloosheid te controleren;

  • de aard van het slechte weer op dat ogenblik;
  • de aard van het werk dat op dat moment wordt uitgevoerd en de reden waarom de uitvoering niet mogelijk is, gelet op zowel de aard van het slechte weer als de aard van het uit te voeren werk.

Opmerking:

U kunt meerdere werknemers in 1 mededeling vermelden als gelijktijdig voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • het is de eerste effectieve werkloosheidsdag voor alle werknemers vermeld in de mededeling;
  • het gaat om werknemers die op dezelfde werf zouden hebben gewerkt;
  • het gaat om werknemers die hetzelfde werk uitvoeren of werk dat in dezelfde mate onmogelijk wordt door het slechte weer.
Hoe doet u de mededeling?

De mededeling moet elektronisch gebeuren:

Ø via de portaalsite van de sociale zekerheid (tijdelijke werkloosheid);

Ø via batch door middel van een gestructureerde elektronische boodschap (Onderneming > Technische informatie > Gestructureerde berichten van de portaalsite van de sociale zekerheid).

Meer informatie over de elektronische mededelingen en de mogelijke uitzonderingen op de verzending van elektronische mededelingen vindt u in infoblad E53.

Wat gebeurt er na verzending van de mededeling?

Voor elke elektronische mededeling die u doet, ontvangt u een ontvangstbewijs en een uniek ticketnummer waarmee u uw elektronische mededeling kunt raadplegen (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de mededelingsmethode die u hebt gebruikt).

Als dat nodig is, kunt u een elektronische mededeling annuleren.

U kunt ook een document downloaden met een samenvatting van uw mededeling.

Het bevoegde RVA-kantoor verifieert of de mededeling reglementair in orde is (bv. of de termijn van mededeling van de 1ste effectieve dag werd nageleefd).

Mededelingen die te vroeg of te laat worden gestuurd of onjuist zijn

De maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag moet op tijd naar de RVA worden gestuurd. De wet voorziet loonsancties als de mededeling te laat, te vroeg of niet verstuurd werd.

Geen mededeling of vervroegde mededeling

Een mededeling wordt als te vroeg beschouwd als ze meer dan 1 werkdag voor de eerste effectieve werkloosheidsdag is gebeurd.

Een vervroegde mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling en heeft tot gevolg dat er geen recht is op uitkeringen voor de maand in kwestie. Als u per vergissing een vervroegde mededeling hebt verstuurd, moet u die annuleren.

Voorbeeld:

Op maandag 08.10 stuurt u een mededeling slecht weer waarin woensdag 10.10 wordt vermeld als eerste effectieve werkloosheidsdag.

Dat is een voortijdige mededeling waarmee geen rekening wordt gehouden. Er zullen dus geen uitkeringen worden betaald.

Als u de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag niet verstuurt of te vroeg verstuurt, dan moet u:

  • voor de eerste 7 dagen vanaf de effectieve schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst het normale loon betalen;
  • voor de rest van de maand het begrensde loon betalen (plafond dat geldt voor de berekening van de werkloosheidsuitkeringen - zie infoblad T66).
Laattijdige mededeling

Een mededeling wordt als te laat beschouwd als ze meer dan 1 werkdag na de eerste effectieve werkloosheidsdag is gedaan.

Als u de maandelijkse mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag te laat verstuurt, aanvaardt de RVA de tijdelijke werkloosheid vanaf de werkdag voor de dag van verzending van de laattijdige mededeling.

In dat geval moet u loon betalen vanaf de eerste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot en met de dag die voorafgaat aan de startdatum van de tijdelijke werkloosheid die de RVA heeft aanvaard.

Voor de eerste 7 dagen is dat het normale loon. Voor de dagen van werkloosheid die erop volgen, is dat een begrensd loon (plafond dat geldt voor de berekening van de werkloosheidsuitkeringen - zie infoblad T66).

Voorbeeld:

Wanneer u op maandag een mededeling verstuurt voor een periode van slecht weer die begint op de woensdag van de voorbije week, dan wordt die pas aanvaard vanaf de vrijdag van de voorbije week.

U moet loon betalen voor de woensdag en donderdag van de voorbije week.

Onjuiste mededeling

Als u zich vergist hebt en onterecht een mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag hebt verstuurd, dan moet u de mededeling aan de RVA (in principe via elektronische weg) zo snel mogelijk annuleren.

Stelt u de werknemers later in de maand effectief tijdelijk werkloos, dan moet u een nieuwe mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA versturen.

Controlekaart tijdelijke werkloosheid

Principe

Sinds 01.01.2025 zijn werknemers verplicht de controlekaart tijdelijke werkloosheid (eC3.2) elektronisch in te vullen.

Dat betekent dat ze de papieren controlekaart C3.2A niet meer mogen gebruiken en dat u die ook niet meer mag afleveren.

Ook wanneer er geen sprake is van tijdelijke werkloosheid, moeten de werknemers maandelijks de elektronische controlekaart eC3.2 invullen volgens de instructies in de legende.

Ze moeten onder andere, voor ze beginnen te werken, aangeven welke arbeidsprestaties ze leveren voor zichzelf of voor een derde. Ook ziektedagen, vakantiedagen en niet-gepresteerde dagen gedekt door een bezoldiging moeten worden aangegeven.

Op het einde van de maand moeten de werknemers de controlekaart eC3.2 indienen bij hun uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV, ABVV) en de verzending ervan bevestigen.

Lees voor meer informatie over de elektronische controlekaart tijdelijke werkloosheid eC3.2 het infoblad T71 ('De elektronische controlekaart eC3.2').

ASR 2 (aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid)

Wanneer?

Wanneer de werknemer een uitkeringsaanvraag moet indienen, dus:

  • bij de eerste tijdelijke werkloosheid van de werknemer in uw onderneming;
  • als de werknemer opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een onderbreking van de uitkeringen tijdelijke werkloosheid van minstens 36 maanden;
  • als de werknemer opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een wijziging van diens contractuele arbeidsregeling (de factor Q of S) (bv. als de werknemer deeltijds gaat werken of in loopbaanonderbreking of tijdskrediet gaat);
  • bij de eerste tijdelijke werkloosheid na 30.09 (in functie van de mogelijke jaarlijkse herziening van het bedrag van de uitkering).
Hoe?

U moet bij het begin van de werkloosheid op eigen initiatief een ASR scenario 2 verrichten via de portaalsite van de sociale zekerheid (ASR Werkloosheid Scenario 2 – Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden) of via batch (Onderneming > Technische informatie > Gestructureerde berichten van de portaalsite van de sociale zekerheid).

U overhandigt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer ter informatie.

De uitbetalingsinstelling zorgt dan voor het verkrijgen van de ASR scenario 2.

Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14.

Op basis van die aangifte kan de RVA het bedrag van de uitkering berekenen waarop de werknemer recht heeft.

ASR 5 – Maandelijkse aangifte uren tijdelijke werkloosheid

Wanneer?

U verricht op eigen initiatief een ASR scenario 5 aan het einde van de maand.

U verricht in principe slechts 1 ASR per maand en per werknemer, ook als er in de loop van de maand meerdere vormen van tijdelijke werkloosheid voorkomen.

Hoe?

U doet de elektronische aangifte via de portaalsite van de sociale zekerheid (ASR Werkloosheid scenario 5 – Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) of via batch (Onderneming > Technische informatie > Gestructureerde berichten van de portaalsite van de sociale zekerheid) en u bezorgt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer.

Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14.

In het kalenderrooster noteert u het aantal uren tijdelijke werkloosheid, voorafgegaan door de correcte code afhankelijk van de vorm van tijdelijke werkloosheid.

Voor slecht weer vermeldt u in het rooster de code 5.2.

U overhandigt een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer ter informatie.

De ASR scenario 5 wordt automatisch verstuurd naar de uitbetalingsinstelling van de werknemer.

Op basis van de controlekaart C3.2A en de ASR scenario 5 kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop de werknemer recht heeft.

Welke dagen mogen niet worden aangegeven?
  • De dagen waarvoor u loon moet storten (bv. loon voor 7 dagen in geval van laattijdige mededeling zonder regularisatie) of een gewaarborgd dagloon (in toepassing van artikel 27 van de wet op de arbeidsovereenkomsten).
  • Wettelijke feestdagen (of hun vervangingsdagen) die vallen binnen een periode van tijdelijke werkloosheid.  U bent voor die dagen loon verschuldigd. U kunt wel een vermindering van sociale bijdragen krijgen voor een aantal feestdagen, afhankelijk van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid dat in de loop van het jaar al werd ingevoerd.
  • De dagen waarop de werknemer normaal niet werkt (bv. op zaterdag als dat de gebruikelijke inactiviteitsdag is).
  • De volledig verworven inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft na arbeid op een zondag of een feestdag of na het presteren van overuren. De werknemer moet eerst die dagen inhaalrust uitputten vooraleer die tijdelijk werkloos gesteld kan worden wegens slecht weer (artikel 51 bis van de wet op de arbeidsovereenkomsten).

Dat geldt ook voor volledige dagen inhaalrust die worden toegekend omdat de arbeidsduur werd overschreden bij flexibele werkregelingen.

De volgende dagen inhaalrust hoeven niet eerst te worden uitgeput:

  • inhaalrust die niet minstens een volledige dag bedraagt;
  • inhaalrust – al dan niet collectief vastgelegd – toegekend in het kader van arbeidsduurvermindering.

Opmerking

U kunt uw werknemer enkel voor een volledige arbeidsdag tijdelijk werkloos stellen, dus voor het totaal aantal uren waarop de werknemer die dag normaal zou hebben gewerkt.

U kunt een werknemer dus niet tijdelijk werkloos zetten voor de resterende uren van de dag als die het werk tijdens de dag heeft moeten stoppen door slecht weer.

Welke formaliteiten moeten de werknemers vervullen?

Uitkeringsaanvraag

De werknemer bewaart, ter informatie, een kopie van de ASR die u hebt overhandigd en contact op met diens uitbetalingsinstelling (HVW, ACLVB, ACV of ABVV) om het formulier C3.2-WERKNEMER (aanvraag uitkeringen tijdelijke werkloosheid) in te vullen.

Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste ontvangen op het einde van de 2de maand na de maand waarin de werknemer tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Voorbeelden

  • Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 16.06. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 31.08 ontvangen.
  • Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 01.07. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30.09 ontvangen.
  • Een werknemer wordt voor het eerst tijdelijk werkloos gesteld op 31.07. Het RVA-kantoor moet de uitkeringsaanvraag ten laatste op 30.09 ontvangen.

Controlekaart tijdelijke werkloosheid

Vanaf de 1ste dag van de maand tot het einde van de maand moeten de werknemers hun papieren of elektronische controlekaart (eC3.2) invullen, ook als ze in die maand niet tijdelijk werkloos worden gesteld.

Ze moeten, voor ze beginnen te werken, de verrichte arbeidsprestaties aangeven. Ook ziektedagen, vakantiedagen en niet-gepresteerde dagen gedekt door een bezoldiging moeten worden aangegeven.

Als een werknemer tijdelijk werkloos werd gesteld tijdens de maand, dan moet die op het einde van de maand de controlekaart eC3.2 elektronisch verzenden naar de uitbetalingsinstelling.

Als er in die maand geen tijdelijke werkloosheid is, hoeft de kaart niet te worden verzonden.

Lees het infoblad T71 ('De elektronische controlekaart eC3.2') voor meer informatie over de elektronische controlekaart tijdelijke werkloosheid eC3.2.

Tijdelijke terugkeer naar de papieren procedure

Als een werknemer niet langer in staat is de controlekaart via eC3.2 in te vullen (bv. smartphone verloren, itsme is geblokkeerd), kan die een tijdelijke herroeping aanvragen en voorlopig gebruik maken van de papieren procedure. 

Daarvoor moet de werknemer via de uitbetalingsinstelling een formulier C3E‑Herroeping indienen bij het RVA-kantoor en de daarin de reden vermelden waarom die tijdelijk niet in staat is om de elektronische controlekaart te gebruiken.

Als het RVA-kantoor de aanvraag goedkeurt, wordt de werknemer daarover geïnformeerd en ontvangt die voor de lopende en de volgende maand een papieren controlekaart C3.2A.

Inschrijving als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling vanaf 01.03.2026

Volgens de huidige reglementering zijn werknemers vrijgesteld van de inschrijving als werkzoekende.

Vanaf 01.03.2026 moeten ze zich na 3 maanden tijdelijke werkloosheid inschrijven als werkzoekende bij de bevoegde gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling (VDAB, Actiris, Forem of ADG)

Een periode van volledige werkhervatting tijdens 2 opeenvolgende weken doet een nieuwe periode van 3 maanden starten.

Recht op uitkeringen als tijdelijk werkloze

Werknemers die tijdelijk werkloos worden gesteld, zijn vrijgesteld van wachttijd. Dat betekent dat ze onmiddellijk recht hebben op uitkeringen zonder dat ze een bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst of daarmee gelijkgestelde dagen hoeven te bewijzen. De gewone vergoedbaarheidsvoorwaarden zijn op hen van toepassing (o.a. arbeidsgeschiktheid en de voorwaarden om een nevenactiviteit uit te oefenen).

Bedrag van de uitkering

In geval van tijdelijke werkloosheid (behalve voor tijdelijke werkloosheid wegens overmacht) krijgen de werknemers een bedrag dat gelijk is aan 60% van hun begrensd gemiddeld loon.

Op de uitkeringen tijdelijke werkloosheid wordt 26,75% bedrijfsvoorheffing ingehouden.

Leerlingen bedoeld in artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 ontvangen een forfaitair bedrag.

Meer informatie over het bedrag van de uitkering tijdelijke werkloosheid en het recht op een supplement vindt u in infoblad T66.

Geen geldige schorsing

Bij een ongeldige schorsing bent u verplicht het normale loon te betalen voor de dagen waarop de arbeidsovereenkomst niet geldig is geschorst.

U moet in dat geval het brutobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid terugbetalen aan de RVA.

U mag het nettobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid inhouden van het nettoloon dat u aan de werknemers moet betalen.

Die werkwijze is van toepassing op de ten onrechte betaalde uitkeringen voor de periode sinds 01.07.2022.