Tijdelijke werkloosheid - werkgebrek op grond van economische oorzaken voor arbeiders

E22

Laatste update : 14.07.2026

Dit infoblad beschrijft de voorwaarden en formaliteiten voor het invoeren van een regeling van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken voor uw arbeiders.

De procedure die wordt uitgelegd, is de procedure voorzien door artikel 51 van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.

Bepaalde sectoren hebben bij koninklijk besluit een regeling ingevoerd die afwijkt van de algemene wettelijke bepalingen. Als er een dergelijke afwijkende regeling bestaat, moet u die toepassen. Wanneer er geen specifieke regeling van kracht is, geldt de wettelijke regeling zoals toegelicht in dit infoblad.

Raadpleeg infoblad E21 voor informatie over tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken in de bouwsector.

Voor informatie over de regeling schorsing werkgebrek bedienden, zie de infobladen E54 (preliminaire voorwaarden) en E55 (Schorsing bedienden ingevolge werkgebrek voor ondernemingen in moeilijkheden – uitleg over de schorsingsregeling).

Welke werknemers?

De tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek op grond van economische oorzaken kan worden toegepast op:

  • arbeiders;
  • leerlingen-arbeiders die een alternerende opleiding volgen volgens artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 tot uitvoering van de wet van 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders. Het gaat dan over leerlingen met een overeenkomst van alternerende opleiding in de Vlaamse Gemeenschap en met een alternerende overeenkomst in de Franse Gemeenschap;
  • uitzendarbeiders tewerkgesteld met doorlopende weekcontracten bij dezelfde gebruiker, als de uitzendkracht sinds ten minste 3 maanden is tewerkgesteld bij de gebruiker en er een regeling van tijdelijke werkloosheid lopende is voor de vaste werknemers van de afdeling waarin de uitzendkracht is tewerkgesteld.

Indien het tijdelijk werkloos stellen wegens werkgebrek verenigbaar is met het motief van aanwerving (bijvoorbeeld vervanging van een vaste werknemer), dan geldt de anciënniteitsvoorwaarde van drie maanden niet. 

Werknemers die tijdelijk werkloos gesteld worden om economische redenen, hebben onmiddellijk recht op uitkeringen en moeten niet voldoen aan de toelaatbaarheidsvoorwaarden. Dat betekent dat ze geen bepaald aantal arbeidsdagen in loondienst moeten aantonen in een bepaalde periode die de uitkeringsaanvraag onmiddellijk voorafgaat.

Voor meer info, zie het infoblad T32 'Hebt u recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid?'

De gewone vergoedbaarheidsvoorwaarden blijven evenwel van toepassing (met name arbeidsgeschikt zijn en voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot het uitoefenen van een bijberoep).

Wanneer kunt u een beroep doen op tijdelijke werkloosheid?

U kunt een regeling van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek invoeren wanneer u er door economische factoren tijdelijk niet in slaagt het normale arbeidsritme in uw onderneming te handhaven.

De werknemers blijven dan verder in dienst, maar de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst wordt tijdelijk volledig of gedeeltelijk geschorst, waardoor eventuele ontslagen vermeden kunnen worden.

Zo kan tijdelijke werkloosheid worden aangevraagd om een verminderde activiteit in het laagseizoen te compenseren.

Het werkgebrek moet:

  • te wijten zijn aan economische oorzaken: Als het werkgebrek te wijten is aan andere factoren (bv. verbouwingswerken of het herstel of onderhoud van machines), kan er geen tijdelijke werkloosheid op grond van werkgebrek wegens economische oorzaken worden aangevraagd.

Het werkgebrek mag ook niet te wijten zijn aan een gebrekkige organisatie of aan wanbeheer;

  • een tijdelijk karakter hebben: als werknemers voortdurend tijdelijk werkloos worden gesteld, kan de RVA beslissen dat de werkloosheid een structureel karakter heeft en dat de tijdelijke werkloosheid vanaf een bepaalde datum niet meer zal worden aanvaard;
  • onafhankelijk zijn van de wil van de werkgever’, wat niet het geval is wanneer het werk, dat normaal had moeten worden verricht door de werknemers tijdens de duur van de schorsing van de uitvoering van hun overeenkomst, uitbesteed wordt aan derden.

Als u die bepaling niet naleeft, bent u ertoe gehouden om het normale loon te betalen aan de werknemers voor de dagen dat u het werk, dat normaal wordt uitgevoerd door die werknemers, hebt uitbesteed aan derden (artikel 30quinquies van de wet van 03.07.1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).​

U moet de economische oorzaken meedelen aan het RVA-kantoor en verklaren dat u zich ertoe verbindt de voormelde bepaling na te leven. In geval van twijfel kan de directeur van het RVA-kantoor de ingeroepen economische oorzaken onderzoeken.

Welke regeling kunt u invoeren?

Afhankelijk van het werkgebrek, kunt u een regeling van volledige schorsing of van gedeeltelijke arbeid invoeren. 

Regeling volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid

Regeling

Modaliteiten

Maximumduur (+ verplichte werkweek)

Volledige schorsing

0 arbeidsdag

4 weken (28 kalenderdagen) + verplichte werkweek

Gedeeltelijke arbeid
Grote schorsing

< 3 arbeidsdagen / week
of
< 1 arbeidsweek / 2 weken
(minstens 2 arbeidsdagen)

3 maanden + verplichte werkweek

Gedeeltelijke arbeid
Kleine schorsing

≥ 3 arbeidsdagen / week
of
≥ 1 arbeidsweek / 2 weken

12 maanden

1. Regeling van volledige schorsing:

Een regeling van volledige schorsing is een regeling waarin geen enkele arbeidsdag meer wordt gepresteerd.

Zo'n regeling is mogelijk voor maximum 4 weken (28 kalenderdagen) en kan op eender welke dag van de week beginnen.

Wanneer de maximumduur van 4 weken is bereikt, moet u eerst opnieuw een volledige werkweek invoeren alvorens een nieuwe regeling kan worden ingevoerd (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) (zie verder ‘In welke gevallen moet u opnieuw een verplichte werkweek invoeren?’).

2. Regeling van gedeeltelijke arbeid – grote en kleine schorsing:

Een regeling van gedeeltelijke arbeid is een regeling waarin de arbeidsdagen worden afgewisseld met werkloosheidsdagen.

Voor hoelang de regeling kan worden ingevoerd, hangt af van het voorziene aantal arbeidsdagen. Men spreekt van een grote of een kleine schorsing.

Opmerking:

Om het voorziene aantal arbeidsdagen te bepalen, wordt een aantal dagen gelijkgesteld met arbeidsdagen. Het gaat om dezelfde dagen als diegene die worden gelijkgesteld met arbeidsdagen voor de toepassing van de verplichte werkweek (zie hieronder).

Een grote schorsing is een regeling waarin:

  • minder dan 3 arbeidsdagen per week;
  • of minder dan 1 werkweek op 2 weken is voorzien.

Er mogen dus maximum 4 werkloosheidsdagen per week of 8 werkloosheidsdagen per 2 weken vallen (indien gewerkt wordt in de vijfdagenweek).

Opmerkingen:

  • het is aangeraden om steeds hetzelfde stelsel toe te passen (een wekelijks of tweewekelijks stelsel). Anders kan dat later problemen veroorzaken bij de controle van de minimale tewerkstelling.
  • Het minimum aantal arbeidsdagen moet worden gerespecteerd vanaf de begindatum vermeld in de voorafgaande mededeling.

Zo'n regeling kan voor maximum 3 maanden worden aangevraagd.

Hierbij kan het gaan om 3 kalendermaanden, 3 maanden van datum tot datum of 13 kalenderweken.

Opgelet: Een regeling waarbij slechts 1 arbeidsdag op 2 weken voorzien wordt, wordt gelijkgesteld met een volledige schorsing en kan dus maar voor maximum 4 weken worden aangevraagd.

Wanneer de maximumduur van 3 maanden is bereikt, moet u eerst opnieuw een volledige werkweek invoeren alvorens een nieuwe regeling kan worden ingevoerd (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) (zie verder).

Een kleine schorsing is een regeling waarin:

  • minstens 3 arbeidsdagen per week;
  • of ten minste 1 werkweek op 2 weken is voorzien.

Er mogen dus maximum 2 werkloosheidsdagen per week of 5 werkloosheidsdagen per 2 weken zijn (als gewerkt wordt in de vijfdagenweek).

Opmerkingen:

  • Het is aangeraden om steeds hetzelfde stelsel toe te passen (een wekelijks of tweewekelijks stelsel). Anders kan dat later problemen veroorzaken bij de controle van de minimale tewerkstelling.
  • Het minimum aantal arbeidsdagen moet ook hier gerespecteerd worden vanaf de begindatum vermeld in de voorafgaande mededeling.

Zo'n regeling kan voor langer dan 3 maanden worden aangevraagd.

Maar dat betekent niet dat de regeling kan ingevoerd worden voor onbepaalde duur. In de voorafgaande mededeling tijdelijke werkloosheid wegens economische redenen moet u de RVA een einddatum meedelen. De maximumduur is 12 maanden.

Zijn die regelingen ook van toepassing op arbeiders die deeltijds werken?

De hierboven vermelde regelingen gelden ook voor deeltijdse werknemers die samen met voltijdse werknemers tijdelijk werkloos worden gesteld. Voor het bepalen van de maximumduur van de schorsing wordt er rekening gehouden met het arbeidsregime van de voltijdse werknemer in de onderneming of in de afdeling (en dus niet met het individuele werkrooster van de deeltijdse werknemer).

Dat betekent onder andere dat:

  • als u een kleine schorsing voorziet (minstens 3 arbeidsdagen per week) voor een afdeling waarin ook voltijdse werknemers zijn tewerkgesteld, die regeling ook van toepassing is op de deeltijdse werknemers, zelfs als dat tot gevolg heeft dat zij minder dan 3 dagen per week zullen werken;
  • als u een grote schorsing voorziet (minder dan 3 arbeidsdagen per week) voor een afdeling waarin ook voltijdse werknemers zijn tewerkgesteld, die regeling ook van toepassing is op de deeltijdse werknemers, zelfs als dat tot gevolg heeft dat zij tijdens de betrokken week niet meer zullen werken.

Voorbeeld:

Een deeltijdse werknemer werkt op maandag, dinsdag en woensdag. U stelt de afdeling waarin de betrokken werknemer tewerkgesteld is tijdelijk werkloos op maandag, dinsdag en woensdag voor een periode van 3 maanden (grote schorsing). Die regeling leidt ertoe dat de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor de deeltijdse werknemer 3 maanden volledig geschorst wordt.

Overschrijden en eventuele verlenging van de maximumduur van een regeling

  • Als u de werkloosheid laat voortduren tot na de toegelaten maximumduur, moet u loon betalen voor de periode die die datum overschrijdt.

Voorbeeld:
U voert een volledige schorsing in van 4 weken. Als u de werkloosheid laat voortduren, moet u het loon betalen vanaf de 5de week.

Dat is ook het geval als u de werkloosheid laat voortduren tot na de einddatum die u hebt meegedeeld, zelfs als de toegelaten maximumduur nog niet bereikt is.

  • Andere vormen van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst (bv. omwille van ziekte) verlengen de duur van de ingevoerde regeling niet.

Uitzondering:

U kunt evenwel uitdrukkelijk een periode van collectieve sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie of inhaalrust uitsluiten in uw voorafgaande mededeling aan de RVA, op voorwaarde dat de totale duur van de volledige schorsing of van de regeling van gedeeltelijke arbeid (die zich vóór en na de sluitingsperiode bevindt) de toegestane maximale duur niet overschrijdt.

Voorbeeld:

U kunt een volledige schorsing van 5 weken melden, waarin 1 week collectieve sluiting is inbegrepen. In de rubriek 'Opmerkingen' van de elektronische mededeling vermeldt u dan de begindatum en de einddatum van de periode van collectieve sluiting.

Opmerking:
De wekelijkse of de tweewekelijkse periodes van gedeeltelijke arbeid blijven doorlopen tijdens de periode van collectieve sluiting wegens jaarlijkse vakantie om de minimale tewerkstelling te bepalen.

Herinvoering van een verplichte werkweek

Wanneer de regeling van volledige schorsing of de gedeeltelijke arbeid de wettelijke maximumduur van 4 weken of 3 maanden bereikt, moet u eerst opnieuw een verplichte werkweek invoeren, voordat u een nieuwe regeling (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid) mag invoeren.

Onder een volledige werkweek verstaat men een ononderbroken periode van 7 kalenderdagen (bv. van woensdag tot en met dinsdag van de volgende week).

De deeltijdse werknemer die één kalenderweek werkt volgens zijn normale deeltijdse arbeidsregeling, voldoet aan de vereiste van de verplichte werkweek.

Als u de verplichte werkweek niet naleeft, moet u een loon betalen voor de ontbrekende dagen.

Welke dagen worden gelijkgesteld met een werkhervatting voor de verplichte werkweek?

Een aantal dagen wordt gelijkgesteld met een effectieve werkhervatting [1].
Het gaat onder meer om wettelijke feestdagen, individueel opgenomen vakantiedagen (inclusief dagen van jeugdvakantie, seniorvakantie en overdracht van vakantiedagen die niet werden opgenomen wegens ziekte), dagen inhaalrust als gevolg van overuren of in het kader van een arbeidsduurvermindering, en ziektedagen.

Opmerking:

Tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer en een periode van collectieve sluiting van de onderneming wegens jaarlijkse vakantie worden niet gelijkgesteld. Als een van die situaties zich tijdens de verplichte werkweek voordoet, moet de werkweek worden verlengd met het aantal niet-gewerkte dagen ten gevolge van die gebeurtenis.

Voorbeeld:

Een verplichte werkweek loopt van maandag tot vrijdag. Als er op woensdag niet gewerkt kan worden wegens slecht weer, kunnen de werknemers pas vanaf dinsdag van de daaropvolgende week tijdelijk werkloos worden gesteld, ook als u tijdig de formaliteiten heeft uitgevoerd om tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek in te voeren vanaf de maandag van de daaropvolgende week.


[1]   KB van 03.05.1999 tot vaststelling van sommige afwezigheden die gelijkgesteld worden met de herinvoering van een regeling van volledige arbeid nadat de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst voor werklieden bij gebrek aan werk wegens economische oorzaken haar maximumduur heeft bereikt.

Formaliteiten

  • VÓÓR het begin van de tijdelijke werkloosheid:          
    •    de arbeiders in kennis stellen van de voorziene economische werkloosheid;
    •    een mededeling van de voorziene economische werkloosheid versturen naar de RVA;
    •    een mededeling doen aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde).
  • Bij het BEGIN van de tijdelijke werkloosheid:
    •  maandelijks een mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag versturen naar de RVA;
    •  een aangifte ASR scenario 2 verrichten;
    • als u een werkgever bent die onder PC 327 valt, een papieren controlekaart C3.2A afleveren                  (behalve als de arbeider de elektronische controlekaart eC3.2 gebruikt).
  • TIJDENS de tijdelijke werkloosheid:
    •  na het einde van elke maand een ASR scenario 5 verrichten;
    •  maandelijks een mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag versturen naar de RVA.   

Wie voert de formaliteiten uit?

U of uw sociaal secretariaat (als uw mandataris).

Als u uitzendkrachten tewerkstelt, worden bepaalde formaliteiten altijd uitgevoerd door het uitzendkantoor (het uitzendkantoor is namelijk de juridische werkgever van de uitzendkracht). Daartoe behoren:

  • de mededelingen: Daarin moet staan dat ze worden verstuurd voor uitzendkrachten en ze moeten de naam en het KBO-nummer van de gebruiker bevatten;
  • de aangiften ASR scenario's 2 en 5: Die moeten ook het KBO-nummer van de gebruiker bevatten.

Hieronder vindt u meer uitleg over de verschillende formaliteiten.

1. Stel de arbeiders in kennis van de voorziene economische werkloosheid.

2. Verstuur een elektronische mededeling van de voorziene economische werkloosheid naar de RVA.

3. Doe een mededeling aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde).

Die formaliteiten worden hieronder in detail uitgelegd.

1. Kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de arbeiders

U moet de arbeiders minstens 7 kalenderdagen voor de 1ste voorziene werkloosheidsdag in kennis stellen van de voorziene werkloosheid. De dag van mededeling en de 1ste voorziene werkloosheidsdag worden niet meegerekend.

Voorbeeld:
Als de mededeling plaatsvindt op maandag, kan de periode van economische werkloosheid ten vroegste beginnen op dinsdag van de daaropvolgende week.

De kennisgeving moet gebeuren door aanplakking op een goed zichtbare plaats in de lokalen van de onderneming of door een individuele kennisgeving aan de arbeiders die tijdelijk werkloos worden gesteld.

De individuele kennisgeving is vooral bedoeld voor werknemers die op het ogenblik van de aanplakking in de onderneming afwezig zijn (bv. wegens ziekte of verlof), zodat ook zij tijdig op de hoogte worden gebracht van de voorziene regeling van tijdelijke werkloosheid.

Opmerking:

Zowel een collectieve elektronische kennisgeving (bv. via intranet) als een individuele elektronische kennisgeving (bv. per sms of e-mail) kunnen worden gebruikt als alternatief voor respectievelijk de aanplakking of de schriftelijke individuele kennisgeving, op voorwaarde dat die elektronische kennisgevingen dezelfde waarborgen bieden en voldoende begrijpelijk en toegankelijk zijn. 

Die kennisgeving moet de volgende gegevens bevatten:

  • de identiteit van de werknemers die u werkloos stelt (naam, voornaam) of de afdeling waar tijdelijke werkloosheid wordt ingevoerd;
  • het aantal werkloosheidsdagen en de data waarop elke werknemer werkloos zal zijn;
  • de begin- en einddatum van de regeling.

2. De voorafgaande elektronische mededeling van de voorziene economische werkloosheid aan de RVA

De voorafgaande elektronische mededeling moet gebeuren op dezelfde dag als de aanplakking of de individuele kennisgeving aan de werknemers (dus ook minstens 7 kalenderdagen vóór de eerste voorziene werkloosheidsdag, waarbij de dag van kennisgeving en de eerste voorziene werkloosheidsdag niet worden meegerekend).

De mededeling moet worden verstuurd naar het RVA-kantoor van de plaats waar uw onderneming gevestigd is. Het gaat hier om de exploitatiezetel van uw onderneming en niet om de maatschappelijke zetel. De mededeling wordt vervolgens automatisch doorgestuurd naar het bevoegde RVA-kantoor.

Raadpleeg het infoblad E53 (Elektronische mededeling van de tijdelijke werkloosheid aan de RVA) voor meer informatie over de wijze waarop de voorafgaande mededeling moet worden verricht.

De mededeling aan de RVA moet dezelfde informatie bevatten als de kennisgeving aan de werknemers, met uitzondering van de data waarop de arbeiders werkloos zullen zijn (enkel het geplande schorsingsregime moet vermeld worden). De mededeling moet ook de economische oorzaken vermelden, die de volledige schorsing of de regeling van gedeeltelijke arbeid rechtvaardigen.

Opmerking:

Er kunnen enkel werknemers vermeld worden in de elektronische mededeling waarvoor er een geldige DIMONA bestaat.

In de voorafgaande mededeling aan de RVA moet u zich er bovendien toe verbinden de werkzaamheden die normaal door de werknemers zouden worden uitgevoerd gedurende de schorsing van de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst, niet uit te besteden aan derden.

Na verzending van uw voorafgaande mededeling tijdelijke werkloosheid

Van elke elektronische mededeling ontvangt u een ontvangstbericht met vermelding van een uniek nummer en de inhoud van de mededeling. U heeft de mogelijkheid om de elektronische mededelingen te consulteren (via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de manier van communicatie die u heeft gebruikt). Indien nodig, kunt u een elektronische mededeling annuleren of wijzigen (*).

(*) U kunt een elektronische mededeling wijzigen door bijvoorbeeld een arbeider uit een lopende mededeling te verwijderen. Het is evenwel niet mogelijk een arbeider toe te voegen aan een lopende mededeling. Voor die arbeider moet u tijdig een nieuwe mededeling van de voorziene economische werkloosheid aan de RVA versturen (7 dagen vooraf).

Het bevoegde RVA-kantoor kijkt na of de mededeling formeel in orde is (bv. of de toegelaten maximumduur of de termijn voor de mededeling is gerespecteerd).

Als de mededeling formeel in orde is, wordt de inhoud ervan ingebracht in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen (HVW, SYNOVA, ACV, ABVV). Zij raadplegen die gegevens met het oog op het correct uitbetalen van uitkeringen aan de tijdelijk werklozen.

Als de mededeling formeel niet in orde is, wordt u daarvan op de hoogte gebracht door het RVA-kantoor. U kunt uw situatie dan zo snel mogelijk regulariseren door een nieuwe mededeling te verrichten of door de ontbrekende gegevens te bezorgen. Als de mededeling reglementair niet in orde is, voorziet de wet een loonsanctie.

Opmerking:

Het feit dat de RVA de mededeling formeel heeft aanvaard, bewijst niet dat de werknemers effectief recht hebben op uitkeringen. Indien achteraf blijkt dat de mededeling reglementair niet in orde is en er geen sprake is van een gebrek aan werk wegens economische oorzaken, kan de RVA de ten onrechte ontvangen werkloosheidsuitkeringen terugvorderen.

3. Mededeling aan de ondernemingsraad (of aan de vakbondsafgevaardigde)

De dag van de kennisgeving van de voorziene werkloosheid aan de arbeiders moet u de economische redenen die de invoering van tijdelijke werkloosheid rechtvaardigen, meedelen aan de ondernemingsraad of als er in de onderneming geen ondernemingsraad is, aan de vakbondsafgevaardigde.

1. Verstuur maandelijks een elektronische mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag naar de RVA.

2.   Wanneer de arbeider een uitkeringsaanvraag moet indienen, een Elektronische aangifte – ASR scenario 2 ‘Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden’ invoeren

3.   Als u een werkgever bent die onder PC 327 valt, lever dan een papieren controlekaart C3.2A af (behalve als de arbeider de elektronische controlekaart eC3.2 gebruikt).

Die formaliteiten worden hieronder in detail uitgelegd.

1. Maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA

Maandelijks moet u voor elke arbeider die tijdelijk werkloos wordt gesteld wegens werkgebrek om economische redenen, de 1ste effectieve werkloosheidsdag van de maand aan de RVA meedelen.

U bent vrijgesteld van die mededeling als u tijdens de betrokken kalendermaand al een mededeling van een 1ste effectieve dag van tijdelijke werkloosheid wegens slecht weer of technische stoornis heeft gedaan voor de betrokken arbeider(s).

De mededeling moet worden verstuurd naar het RVA-kantoor van de plaats waar de onderneming gevestigd is. Het gaat hier om de exploitatiezetel van uw onderneming en niet om de maatschappelijke zetel.

U moet in de elektronische mededeling de vestigingseenheid vermelden, door in de lijst van gekende vestigingseenheden zoals gekend in de Kruispuntbank van Ondernemingen, de juiste vestigingseenheid te selecteren. De mededeling wordt vervolgens automatisch doorgestuurd naar het bevoegde RVA-kantoor.

Opmerking:

De voorafgaande mededeling en de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag moeten betrekking hebben op dezelfde vestigingseenheid. Uitkeringen kunnen enkel worden uitbetaald als beide mededelingen voor elke arbeider correct zijn en met elkaar overeenstemmen.

Voorbeeld:

Tijdens een lopende regeling van tijdelijke werkloosheid verhuist een exploitatiezetel van een onderneming.

In de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag wordt het nieuwe adres van de exploitatiezetel vermeld.

Opdat die mededeling gekoppeld kan worden aan de voorafgaande mededeling, moeten ook de identificatiegegevens van de voorafgaande mededeling aangepast worden. Dat doet u door de lopende voorafgaande mededeling stop te zetten en voor het resterend gedeelte een nieuwe voorafgaande mededeling te versturen met het nieuwe adres. 

De mededeling moet worden verstuurd:

  • ofwel op de 1ste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst;
  • ofwel op de eerstvolgende werkdag (*);
  • ofwel, als u met zekerheid weet dat de arbeider werkloos zal zijn, ten vroegste op de 5de werkdag (*) vóór de eerste effectieve werkloosheidsdag.

De elektronische toepassing aanvaardt de mededeling wanneer die ten vroegste op de 7de kalenderdag vóór de 1ste effectieve werkloosheidsdag wordt verzonden.

(*) Onder 'werkdagen' worden alle dagen van de week verstaan, met uitzondering van zondagen, feestdagen, vervangende feestdagen en brugdagen.

Opmerking:

Als de eerstvolgende werkdag een zaterdag is, aanvaardt de RVA dat de mededeling pas op de daaropvolgende maandag wordt verstuurd.

  • Voor een arbeider die tewerkgesteld is in weekendoverbruggingsploegen en waarvan de 1ste werkloosheidsdag op een zaterdag valt, kan de mededeling worden verzonden op de voorgaande maandag of op de volgende maandag;
  • Bij nachtarbeid wordt de eerste werkloosheidsdag geacht gelegen te zijn op de dag waarop de arbeid gewoonlijk wordt aangevat. Daaruit volgt dat voor de arbeider die normaal maandagavond om 22 uur begint te werken in de nachtploeg, de mededeling van de eerste werkloosheidsdag ook mag worden verstuurd op de voorgaande maandag of de volgende dinsdag.

Opgepast:

De eerste effectieve werkloosheidsdag moet gedekt zijn door een geldige voorafgaande mededeling. Als er geen voorafgaande mededeling bestaat of als de eerste effectieve werkloosheidsdag niet gelegen is tussen de begin- en einddatum van de voorafgaande mededeling, dan verschijnt er in de elektronische toepassing een foutmelding 'Ontbrekende voorafgaande mededeling'.

Raadpleeg het infoblad E53 (Elektronische mededeling van de tijdelijke werkloosheid aan de RVA) voor meer informatie over de wijze waarop u de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag moet doen.

De maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA moet volgende informatie bevatten:
  • naam, adres en ondernemingsnummer van de werkgever of de onderneming;
  • naam, voornaam en identificatienummer van de sociale zekerheid van de werkloos gestelde arbeider (er kunnen meerdere arbeiders in 1 mededeling worden vermeld);
  • de 1ste dag waarop de arbeidsovereenkomst van de betreffende arbeider(s) in de beschouwde maand geschorst wordt wegens werkgebrek;
  • het volledig adres van de plaats waar de arbeider die dag normaal zou hebben gewerkt. Die verplichting maakt het de controlediensten mogelijk de echtheid van de werkloosheid te controleren.

Er wordt u gevraagd of de plaats van tewerkstelling de exploitatiezetel is:

  • als de plaats van tewerkstelling de exploitatiezetel is, geeft u dit aan en wordt het adres van de exploitatiezetel automatisch ingevuld;
  • als de plaats van tewerkstelling verschillend is van de exploitatiezetel, moet u in de elektronische toepassing het adres van de werf invullen.

Voorbeeld:

Het uitzendkantoor verricht alle formaliteiten met betrekking tot de mededeling. Het opgegeven werfadres is dat van de gebruiker bij wie de uitzendkracht tijdelijk werkloos wordt gesteld.

Als u niet in staat bent een exact adres op te geven, kan u als alternatief voor een huisnummer ook oriëntatiepunten meedelen.

Meerdere tewerkstellingsplaatsen
  • Als er meerdere vaste tewerkstellingsplaatsen zijn, wordt als plaats van tewerkstelling de locatie opgegeven waar de arbeider in de betrokken maand voor het eerst tijdelijk werkloos werd gesteld.

Dat is bijvoorbeeld het geval voor dienstenchequeondernemingen, schoonmaakbedrijven en cateringbedrijven.

Voorbeeld:

Voor een arbeider tewerkgesteld door een dienstenchequeonderneming valt een opdracht van een klant weg omdat die met verlof is. Als plaats van tewerkstelling wordt het adres meegedeeld waar de arbeider die dag normaal zou werken.
Wanneer er tijdelijk onvoldoende opdrachten of klanten zijn, mag het adres van de exploitatiezetel worden meegedeeld.

Voorbeeld:

Een dienstenchequeonderneming heeft tijdelijk niet genoeg klanten om een arbeider tewerk te stellen voor het geheel van de contractueel overeengekomen uren. In dat geval mag het adres van de exploitatiezetel worden opgegeven.

Let op:

Het moet gaan om een uitzonderlijke situatie als gevolg van tijdelijk werkgebrek. Als het werkgebrek aanhoudt, kan een onderzoek naar structurele werkloosheid worden opgestart en kan de tijdelijke werkloosheid worden geweigerd.

  • Als de arbeiders geen vaste tewerkstellingsplaats(en) hebben, wordt de exploitatiezetel meegedeeld als tewerkstellingsplaats.

Dat is bijvoorbeeld het geval voor arbeiders tewerkgesteld in vlinderploegen (werknemers die inspringen om afwezige werknemers te vervangen) of vliegende ploegen.

Opmerking:

Voor vrachtwagenchauffeurs die hun vrachtwagen op een vaste standplaats parkeren, wordt het adres van die standplaats vermeld.

Als arbeiders in verschillende vestigingen binnen 1 onderneming tewerkgesteld worden, kan het adres van de belangrijkste tewerkstellingsplaats worden opgegeven. Dat kan bijvoorbeeld de plaats zijn waar de personeelsadministratie wordt bijgehouden.

Wat met feestdagen, vervangende feestdagen en brugdagen?

Als een feestdag in het weekend valt, dan wordt de daaropvolgende maandag in principe als de vervangende feestdag beschouwd.

Voorbeeld:

11.11 valt op een zondag. Als de 1ste effectieve werkloosheidsdag van de maand op vrijdag 09.11 valt, dan moet de mededeling ten laatste worden verstuurd op dinsdag 13.11 (maandag 12.11 wordt dus beschouwd als de vervangende feestdag).

De elektronische toepassing houdt geen rekening met vervangende feestdagen. Daarom zal u een waarschuwing krijgen als u de elektronische mededeling verstuurt op dinsdag 13.11. U mag die boodschap negeren door op ‘volgende’ te klikken. Als de aangifte 1 dag te laat gebeurt vanwege:

  • een vervangende feestdag die valt op de maandag, als de feestdag gelegen was in het weekend: u hoeft geen bijkomende info te vermelden;
  • een vervangende feestdag in een andere situatie: vermeld het volgende in het vak opmerkingen: '##.##.#### = vervangende feestdag ‘##.##.####'. 

Hetzelfde geldt voor collectief vastgelegde brugdagen.

Voorbeeld:

De feestdag van 01.11 valt op een donderdag. Vrijdag 02.11 is binnen het bedrijf een collectief vastgelegde brugdag. De 1ste effectieve werkloosheidsdag valt op woensdag 31.10. U mag de mededeling ten laatste op maandag 05.11 versturen. U vermeldt in de zone opmerkingen ‘02.11.#### = collectieve brugdag’.

Wat als een mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag te vroeg wordt verstuurd?

Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling en heeft tot gevolg dat er geen recht is op uitkeringen voor de betrokken maand.

Een mededeling wordt als voortijdig beschouwd als ze meer dan 5 werkdagen vóór de 1ste effectieve werkloosheidsdag wordt gedaan.

Voorbeeld:

Op maandag 06.10 verstuurt u een mededeling waarin woensdag 15.10 als 1ste effectieve werkloosheidsdag wordt vermeld. Dat is een voortijdige mededeling waarmee geen rekening wordt gehouden. Er zullen dus geen uitkeringen worden betaald.

Wat gebeurt er in geval van verzending van een foutieve mededeling van de eerste effectieve dag tijdelijke werkloosheid?

Als u zich vergist heeft en onterecht een mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag heeft verstuurd, dan moet u de mededeling aan de RVA (in principe via elektronische weg) zo snel mogelijk annuleren.

De wet bepaalt dat die annulering uiterlijk moet gebeuren op de werkdag volgend op de dag die aan de RVA werd meegedeeld als 1steeffectieve werkloosheidsdag.

Voorbeeld:

U verstuurt op maandag 07.04 een mededeling van 1ste effectieve dag werkloosheid wegens werkgebrek vanaf maandag 14.04. Door een onverwachte bestelling kan het werk toch worden voortgezet. U heeft dan tot uiterlijk dinsdag 15.04 de tijd om uw mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag te annuleren.

De elektronische toepassing laat toe om de mededeling ook na die datum te annuleren. Met die annulering wordt echter geen rekening gehouden als blijkt dat de werkgever te kwader trouw handelt of wanneer annuleringen een terugkerend karakter hebben.

Stelt u de werknemers later in de maand effectief tijdelijk werkloos, dan moet u een nieuwe mededeling van de eerste effectieve werkloosheidsdag aan de RVA versturen voor deze werknemer.

Opmerking:

Als u toch meerdere mededelingen eerste effectieve werkloosheidsdag voor eenzelfde werknemer zou versturen voor eenzelfde maand, dan krijgt u een foutboodschap met verwijzing naar het ticketnummer van de eerdere mededeling voor die werknemer. Wanneer de eerdere mededeling foutief was, dan moet u deze alsnog annuleren of de betrokken werknemer uit die eerdere mededeling verwijderen vooraleer u een nieuwe mededeling voor die werknemer kunt versturen.

Wat als de arbeidsovereenkomst op de 1ste effectieve werkloosheidsdag om een andere reden is geschorst?

Als de arbeidsovereenkomst op de 1ste effectieve werkloosheidsdag ook om een andere reden wordt geschorst (bv. door ziekte, individuele vakantie of inhaalrust), blijft de mededeling voor die arbeider geldig. De arbeider noteert de reden van schorsing (ziekte, vakantie enz.) op de controlekaart C3.2 en ontvangt voor die dagen geen werkloosheidsuitkering. In dat geval stemt de door u meegedeelde 1ste effectieve werkloosheidsdag dus niet overeen met de 1ste dag waarvoor werkloosheidsuitkeringen worden toegekend.

Na het verzenden van de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag

Voor elke elektronische mededeling ontvangt u een ontvangstbewijs met een uniek nummer en de inhoud van de mededeling. U kunt de mededelingen raadplegen via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch, afhankelijk van de gebruikte communicatiemethode. Indien nodig kunt u de mededeling annuleren binnen een termijn die zich situeert tussen de 5de werkdag die voorafgaat aan de 1ste effectieve schorsingsdag en de werkdag die volgt op de 1ste vermelde dag.

Het bevoegde RVA-kantoor verifieert of de mededeling in overeenstemming is met de reglementering (bv. of er wel degelijk een voorafgaande mededeling werd verstuurd en of de termijn voor de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag werd nageleefd).

Als de mededeling reglementair in orde is, wordt de inhoud ervan ingebracht in een databank die ter beschikking staat van de uitbetalingsinstellingen (HVW, SYNOVA, ACV, ABVV). Zij raadplegen die gegevens met het oog op het correct uitbetalen van uitkeringen aan de tijdelijk werklozen.

Als de mededeling reglementair niet in orde is, wordt u daarvan op de hoogte gebracht door het RVA-kantoor. U kunt uw situatie dan zo snel mogelijk regulariseren door de ontbrekende gegevens over te maken. Als de mededeling niet in orde is, voorziet de wet een loonsanctie.

2. Elektronische aangifte – ASR scenario 2 ‘Aangifte vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing bedienden’

U moet die ASR 2 invoeren wanneer de arbeider een uitkeringsaanvraag moet indienen, namelijk:

  • bij de 1ste tijdelijke werkloosheid van de arbeider in uw onderneming;
  • als de arbeider opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een onderbreking van de uitkeringen tijdelijke werkloosheid van minstens 36 maanden;
  • als de arbeider opnieuw tijdelijk werkloos wordt gesteld na een wijziging van diens contractuele arbeidsregeling (de factor Q of S) (bv. als die deeltijds gaat werken of in loopbaanonderbreking of tijdskrediet gaat).
  • bij de 1ste tijdelijke werkloosheid na 30.09 (in functie van de mogelijke jaarlijkse herziening van het uitkeringsbedrag).

Bij de aanvang van de werkloosheid moet u op eigen initiatief een ASR scenario 2 invoeren via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch.

U bezorgt ter informatie een kopie van deze elektronische aangifte aan de arbeider. Die moet vervolgens zo snel mogelijk contact opnemen met de uitbetalingsinstelling (HVW, SYNOVA, ACV of ABVV) om het formulier C3.2-Werknemer (aanvraag tijdelijke werkloosheidsuitkeringen) in te vullen.

De uitbetalingsinstelling zorgt dan voor het verkrijgen van de ASR scenario 2.

Op basis van de ASR scenario 2 berekent de RVA het bedrag van de uitkering waarop de arbeider recht heeft.

Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14 (het formulier C4-WERKLOOSHEIDSBEWIJS).

3. De controlekaart tijdelijke werkloosheid

Sinds 01.01.2025 zijn werknemers verplicht om de controlekaart tijdelijke werkloosheid (eC3.2) elektronisch in te vullen.

Dat betekent dat de papieren controlekaart C3.2A niet meer gebruikt kan worden en dat u als werkgever geen papieren controlekaarten meer mag afleveren.

Er geldt een uitzondering voor werkgevers die onder paritair comité 327 (maatwerkbedrijven) vallen. Die werkgevers mogen de papieren controlekaart C3.2A blijven gebruiken (zie infoblad E20).

De arbeiders moeten de elektronische controlekaart eC3.2 vanaf de 1ste werkloosheidsdag invullen volgens de instructies vermeld in de legende.

Ze moeten onder andere, voor ze beginnen te werken, aangeven welke arbeidsprestaties ze leveren voor zichzelf of voor een derde. Ook ziektedagen, vakantiedagen en niet-gepresteerde dagen gedekt door een bezoldiging moeten worden aangegeven.

Op het einde van de maand moeten de arbeiders de controlekaart eC3.2 versturen naar hun uitbetalingsinstelling (HVW, SYNOVA, ACV, ABVV).

Lees voor meer informatie over de elektronische controlekaart tijdelijke werkloosheid eC3.2 het infoblad E74 ('De elektronische controlekaart eC3.2').

1. Dien maandelijks, na afloop van de maand, een aangifte sociaal risico ASR scenario 5 in voor de arbeiders die tijdelijk werkloos zijn gesteld.

Als de contractuele arbeidsduur wijzigt (factor Q of S), dient u opnieuw een ASR scenario 2 in (vaststellen recht tijdelijke werkloosheid of schorsing werknemers).

2.   Bij een verhoging van het aantal werkloosheidsdagen of bij de overgang van gedeeltelijke arbeid naar volledige schorsing, moet u een nieuwe kennisgeving/mededeling doen aan alle betrokken partijen (behalve de ondernemingsraad).

3.   Als u een lopende regeling wil stopzetten, informeer dan de arbeiders en het bevoegde RVA-kantoor daarvan en voer gedurende minstens 7 dagen vóór het verstrijken van de maximumduur van 4 weken of 3 maanden opnieuw de voltijdse arbeidsregeling in.

4.   Meld maandelijks aan de RVA de 1ste effectieve werkloosheidsdag voor elke arbeider die tijdelijk werkloos wordt gesteld.

De formaliteiten die nog niet werden uitgelegd worden hieronder in detail besproken.
 

1. Maandelijkse elektronische aangifte – ASR scenario 5 ‘Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden’

Na afloop van de maand dient u op eigen initiatief een ASR scenario 5 in.

U verricht in principe maar één ASR scenario 5 per maand en per arbeider, ook als er in de loop van de maand meerdere vormen van tijdelijke werkloosheid voorkomen.

U verricht de ASR Werkloosheid scenario 5 (Maandelijkse aangifte van de uren tijdelijke werkloosheid of uren schorsing bedienden) via de portaalsite van de sociale zekerheid of via batch. Bezorg een kopie van de elektronische aangifte aan de werknemer.​

Meer informatie over het invullen van de factoren Q en S en het theoretisch gemiddeld brutoloon vindt u in het infoblad E14 (het formulier C4-WERKLOOSHEIDSBEWIJS).

U geeft het aantal uren aan tijdens dewelke de arbeider tijdelijk werkloos was, voorafgegaan door de passende code volgens de betrokken vorm van tijdelijke werkloosheid.

Als u in de voorafgaande mededeling aan de RVA enkel de afdeling hebt vermeld waarvoor de tijdelijke werkloosheid werd ingevoerd (en niet de identiteit van de betrokken werknemers), moet u de naam van de afdeling en het unieke nummer van uw mededeling vermelden.

De ASR scenario 5 wordt ook automatisch verstuurd naar de uitbetalingsinstelling van de arbeider.

Op basis van de ingediende elektronische controlekaart eC3.2 en de ASR scenario 5 kunnen de uitbetalingsinstelling en de RVA het aantal uitkeringen berekenen waarop de arbeider recht heeft.

Welke dagen mag u niet opgegeven als dagen tijdelijke werkloosheid?

U kunt arbeiders niet tijdelijk werkloos stellen op de volgende dagen:

  • wettelijke feestdagen (of de vervangingsdagen ervan) die gelegen zijn in een periode van tijdelijke werkloosheid. Voor die dagen bent u loon verschuldigd. Voor een aantal feestdagen (afhankelijk van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid in het betrokken kalenderjaar) geniet u een vermindering van de sociale bijdragen;
  • dagen waarvoor u loon (bv. 7 dagen loon in geval van laattijdige kennisgeving zonder regularisatie) of gewaarborgd dagloon (in toepassing van artikel 27 van de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten) moet betalen;
  • dagen waarop de arbeider normaal niet werkt (bv. zaterdag als dat de normale inactiviteitsdag is);
  • volledig verworven inhaalrustdagen waarop de werknemer recht heeft na arbeid op zondag, op een feestdag of na het presteren van (te recupereren of uit te betalen) overuren. De arbeider moet eerst die dagen inhaalrust uitputten vooraleer die tijdelijk werkloos kan worden gesteld om economische redenen (artikel 51 bis van de wet betreffende de arbeidsovereenkomsten). Dat geldt ook voor volledige inhaalrustdagen verworven als gevolg van overschrijdingen van de arbeidsduur in het kader van de invoering van flexibele arbeidsregelingen.

De volgende inhaalrustdagen moeten niet eerst worden uitgeput:

  • inhaalrust die niet minstens een volledige dag bedraagt;
  • inhaalrust – al dan niet collectief vastgelegd – toegekend in het kader van arbeidsduurvermindering.

Opmerking :

U kunt een arbeider enkel tijdelijk werkloos stellen voor een volledige arbeidsdag, d.w.z. voor het totaal aantal uren dat die normaal die dag zou hebben gewerkt. Zo is het bijvoorbeeld niet mogelijk om een arbeider die normaal 8 uur per dag werkt tijdelijk werkloos te stellen voor 4 uur.

2. Verhoging van het aantal dagen tijdelijke werkloosheid binnen een aangekondigde regeling of overgang van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar een regeling van volledige schorsing

Als u binnen een aangekondigde regeling het aantal werkloosheidsdagen wenst te verhogen of wenst over te gaan van een regeling van gedeeltelijke arbeid naar volledige schorsing, dan moet u daarvan aan alle partijen (behalve aan de ondernemingsraad) een nieuwe kennisgeving/mededeling bezorgen.

Opgelet!

Bij een verhoging van het aantal werkloosheidsdagen moet u steeds de einddatum respecteren zoals vermeld in de oorspronkelijke mededeling.

Voorbeeld:

U heeft een regeling van grote schorsing aangekondigd voor 13 weken. Vanaf de 12de week wenst u over te gaan tot een regeling van volledige schorsing. U moet daarvoor tijdig een nieuwe mededeling bezorgen aan het bevoegde RVA-kantoor. U kunt die regeling maar voor 2 weken aanvragen, omdat de 14de week een verplichte werkweek is.

Pas wanneer u de lopende mededeling beëindigt, vervalt de einddatum en kunt u een volledig nieuwe regeling invoeren.

3. Hoe kunt u een regeling stopzetten?

U kunt uw arbeiders altijd terugroepen. De wetgeving bepaalt niet hoe de terugroeping gebeurt. De modaliteiten met betrekking tot de terugroeping worden dus op ondernemingsvlak geregeld. De terugroeping moet niet aan de RVA worden meegedeeld, maar zal wel blijken uit de controlekaart eC3.2 (waarop de arbeider de gewerkte dagen schrapt) en uit de ASR scenario 5.​

Voor de berekening van de duur van de schorsing blijft u echter gebonden aan de einddatum die werd vermeld in de voorafgaande mededeling. Dat betekent dat, zodra de maximale duur is bereikt, u verplicht bent om eerst een volledige werkweek in te voeren vooraleer u een nieuwe regeling kunt laten ingaan.

Voorbeeld:

U voorziet een volledige schorsing van 4 weken. Tijdens de 2de week ontvangt u een onverwachte bestelling en roept u uw arbeiders terug. De 5de week blijft een verplichte werkweek, zelfs als de arbeiders het werk al vanaf de 2de week hebben hervat. Een eventuele nieuwe regeling kan pas ingaan na die verplichte werkweek.

Die situatie kunt u vermijden door een lopende regeling stop te zetten. Dat is enkel mogelijk als u:

  • de arbeiders en het bevoegde RVA-kantoor daarvan op de hoogte brengt door de oorspronkelijke mededeling stop te zetten door de einddatum te vervroegen. Daarvoor is geen termijn voorzien, maar de stopzetting moet de werkhervatting voorafgaan;

en

  • ten minste 7 dagen vóór het verstrijken van de maximumduur van 4 weken of 3 maanden de regeling van volledige arbeid opnieuw invoert.

Voorbeeld:

U voorziet een volledige schorsing van 4 weken. Tijdens de 2de week ontvangt u een onverwachte bestelling. U brengt de arbeiders en de RVA op de hoogte dat u de lopende regeling beëindigt en dat het werk wordt hervat vanaf de 2de week. In dat geval wordt geen rekening meer gehouden met de oorspronkelijke mededeling en kunt u bij een nieuw werkgebrek later een nieuwe regeling aanvragen.

Als het werk normaal kan worden hervat, hoeft u niets te doen.

Als er nog steeds een gebrek is aan werk, kunt u een nieuwe regeling aanvragen, rekening houdend met de volgende zaken:

  • Wanneer de maximumduur van 4 weken of 3 maanden is bereikt, moet u eerst opnieuw een volledige werkweek invoeren alvorens een nieuwe regeling kan worden ingevoerd (volledige schorsing of gedeeltelijke arbeid).
  • Wanneer de maximumduur van 4 weken of 3 maanden nog niet is bereikt, kunt u de bestaande regeling verlengen tot de toegelaten maximumduur.

Omdat het gaat om werkloosheid die nog niet was aangekondigd, moet u daarvoor op tijd een nieuwe mededeling versturen.

Voorbeeld:

U deelt een volledige schorsing mee van 2 weken. U kunt nadien nog een volledige schorsing voor twee weken aanvragen. De 5de week is een verplichte werkweek.

  • Voor regelingen waarvoor geen maximale duur geldt, kunt u, als u tijdig een nieuwe mededeling verzendt, een nieuw regime invoeren.

Voorbeeld:

U heeft een kleine schorsing aangekondigd voor 12 maanden. Na afloop daarvan kunt u aansluitend een nieuwe regeling van kleine schorsing aanvragen voor 12 maanden.

Wat moet u doen als een arbeider arbeidsongeschikt is?

Arbeiders hebben geen recht op uitkeringen tijdelijke werkloosheid wanneer ze arbeidsongeschikt zijn. Om recht te hebben op werkloosheidsuitkeringen moeten werknemers arbeidsgeschikt zijn in de zin van de ziekte- en invaliditeitsverzekering.

Voor de dagen van arbeidsongeschiktheid die samenvallen met een periode waarin de uitvoering van de arbeidsovereenkomst om economische redenen is geschorst, hebben werknemers in principe recht op ziekte‑uitkeringen (artikel 56 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten).

Opmerking: dit principe (namelijk dat de werkgever geen gewaarborgd loon verschuldigd is) geldt enkel als er een geldige reden is voor tijdelijke werkloosheid en als de werknemer effectief tijdelijk werkloos zou zijn geweest als die niet arbeidsongeschikt was geweest. De RVA kan daarop controles uitvoeren.

Kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden tijdens de schorsing?

De arbeider heeft het recht de arbeidsovereenkomst zonder opzegging te beëindigen tijdens een lopende periode van schorsing wegens werkgebrek (volledige schorsing of regeling van gedeeltelijke arbeid), op voorwaarde dat de schorsing al effectief is ingegaan. Als de arbeider de opzeg gegeven heeft vóór de aanvang van de schorsing, loopt de opzeggingstermijn verder tijdens de schorsing.

Bij opzeg gegeven door de werkgever vóór of tijdens de schorsing, wordt de opzegtermijn tijdens de schorsing opgeschort.

Gebruikelijke inactiviteitsperiodes (zoals weekends of gewone inactiviteitsdagen bij deeltijds werk) hebben enkel een verlengend effect op de opzeggingstermijn als ze voorafgegaan en gevolgd worden door een periode van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek.

Voorbeelden:

U voert een regeling van volledige schorsing in voor 1 week vanaf maandag. De opzeggingstermijn van de arbeider wordt verlengd met 5 dagen (en niet met 7 dagen);

Een deeltijdse arbeider werkt op maandag, dinsdag en donderdag. U vraagt een volledige schorsing voor 4 weken aan voor al uw arbeiders vanaf maandag. De opzeggingstermijn van de deeltijdse arbeider wordt verlengd met 26 dagen (en niet met 12 dagen, de dagen waarop die normaal werkt).

Afwezigheid van mededeling, of voortijdige/laattijdige kennisgeving

Zowel de voorafgaande mededeling als de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag moeten tijdig aan de RVA worden verstuurd.

De wet voorziet in loonsancties als een of beide van die mededelingen niet of laattijdig verstuurd worden.

  • Laattijdige voorafgaande mededeling 

Wanneer u de voorafgaande mededeling te laat verstuurt (minder dan 7 dagen op voorhand), brengt de RVA u daarvan op de hoogte. De wet voorziet dat u dan 7 dagen het normale loon moet betalen, te rekenen vanaf de 1ste effectieve schorsingsdag.

De laattijdige mededeling kan evenwel geregulariseerd worden.

De RVA stuurt u een brief waarin een uitgestelde ingangsdatum van de door u aangevraagde regeling wordt voorgesteld, zodat de indieningstermijn wordt nageleefd. Als u de ingangsdatum uitstelt tot aan die nieuwe datum, moet u enkel loon betalen tot aan die aangepaste datum.

Opgelet:

In dat geval blijft de oorspronkelijke einddatum van de mededeling behouden en wordt die niet uitgesteld.

Voorbeeld:

U verstuurt op maandag 01.10 een kennisgeving aan de RVA waarin u een volledige schorsing voor 4 weken voorziet vanaf maandag 08.10. De mededeling is 1 dag te laat verzonden. Als u het begin van de schorsing uitstelt tot dinsdag 09.10, dan moet u enkel loon betalen voor maandag 8.10 en kunnen uitkeringen toegekend worden vanaf dinsdag 9.10 (de termijn van 7 dagen is dan gerespecteerd).

  • Geen voorafgaande mededeling

Als u de RVA geen voorafgaande mededeling verstuurt, kunnen er geen uitkeringen worden toegekend, ook niet voor de periode die volgt op de periode van 7 dagen gedekt door loon. 

  • Laattijdige mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag

Als u de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag te laat verstuurt, aanvaardt de RVA de tijdelijke werkloosheid pas vanaf de werkdag die voorafgaat aan de dag waarop de mededeling effectief werd verzonden.
In dat geval moet u loon betalen vanaf de 1ste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot en met de dag die voorafgaat aan het begin van de tijdelijke werkloosheid aanvaard door de RVA.
Voor de eerste 7 dagen gaat het om het normale loon, voor de daaropvolgende werkloosheidsdagen om een begrensd loon (*).

(*) Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen. Meer informatie over het actuele bedrag van de uitkering vindt u in het infoblad T66 'Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?'.

Voorbeeld:

U verstuurt op vrijdag 28.02 een mededeling voor een 1ste effectieve werkloosheidsdag op maandag 24.02. Die mededeling is laattijdig. De RVA aanvaardt de tijdelijke werkloosheid vanaf donderdag 27.02 en u moet loon betalen van maandag 24.02 tot en met woensdag 26.02.

  • Geen mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag

Als u de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag niet verstuurt, dan moet u loon betalen vanaf de 1ste dag van de werkelijke schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst tot het einde van de lopende maand. Voor de eerste 7 dagen is dat het normale loon, voor de volgende werkloosheidsdagen (beperkt tot de lopende maand) gaat het om een begrensd loon (*).

(*) Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen. Meer informatie over het actuele bedrag van de uitkering vindt u in het infoblad T66 'Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?'.

De loonsanctie geldt voor elke maand waarin u die verplichting niet naleeft.

Een voortijdige mededeling wordt gelijkgesteld met geen mededeling. Als u per vergissing een voortijdige mededeling hebt verstuurd, moet u die annuleren. Een mededeling wordt beschouwd als voortijdig als ze meer dan 5 werkdagen vóór de 1ste effectieve werkloosheidsdag gebeurt (zie hierboven ‘Wanneer moet de maandelijkse mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag gebeuren?’).

Als u geen mededeling doet van de voorziene werkloosheid en geen of een voortijdige mededeling doet van de 1ste effectieve werkloosheidsdag, dan moet u:

  • voor de eerste 7 dagen (niet beperkt tot de lopende maand): het normale loon betalen;
  • voor de volgende 7 dagen (beperkt tot de lopende maand): verder het normale loon betalen;
  • voor de rest van de maand: het begrensd loon betalen (*).

(*) Dat bedrag is gelijk aan het plafond dat geldt voor het berekenen van de werkloosheidsuitkeringen. Meer informatie over het actuele bedrag van de uitkering vindt u in het infoblad T66 'Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?'.

Voorbeeld:

U stelt een werknemer tijdelijk werkloos vanaf maandag 01.10. Noch de voorafgaande mededeling van de voorziene werkloosheid, noch de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag werd aan de RVA verstuurd. Van maandag 01.10 tot en met zondag 14.10 moet u het normale loon betalen (7 dagen loon voor het ontbreken van de mededeling van de voorziene werkloosheid en 7 dagen loon voor het ontbreken van de mededeling van de 1ste effectieve werkloosheidsdag). Vanaf 15.10 tot het einde van de maand moet u het begrensd loon betalen.

Wat als u werknemers tijdelijk werkloos stelt terwijl er geen sprake is van een geldige schorsing van de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst door werkgebrek om economische redenen?

In dat geval bent u verplicht om het normale loon te betalen aan de werknemers voor de dagen waarop de uitvoering van hun arbeidsovereenkomst niet geldig is geschorst.

Daarnaast moet u het brutobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid terugbetalen aan de RVA.

U mag het nettobedrag van de ten onrechte betaalde uitkeringen tijdelijke werkloosheid inhouden van het nettoloon dat u aan de werknemers moet betalen.

Die regeling is van toepassing op de ten onrechte betaalde uitkeringen vanaf 01.07.2022.

Hoeveel bedraagt de uitkering tijdelijke werkloosheid en het eventuele supplement?

Bij tijdelijke werkloosheid ontvangen arbeiders een uitkering die overeenkomt met 60% van hun gemiddelde begrensde loon.

Op die uitkering wordt een bedrijfsvoorheffing van 26,75% ingehouden.

Leerlingen bedoeld in artikel 1bis van het KB van 28.11.1969 ontvangen een forfaitair bedrag.

Daarnaast hebben de werknemers recht op een supplement bovenop hun werkloosheidsuitkering betaald door de werkgever of een Fonds voor Bestaanszekerheid.

Meer informatie over de bedragen vindt u in het infoblad T66 'Hoeveel bedraagt uw uitkering bij tijdelijke werkloosheid?'.

Responsabiliseringsbijdrage bij overmatig gebruik van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek om economische redenen

Sinds 2012 geldt er een bijzondere RSZ-bijdrage voor werkgevers die overmatig gebruik maken van tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek om economische redenen.

Werkgevers op wie de RSZ-wetgeving van toepassing is, moeten een bijzondere bijdrage betalen aan de RSZ wanneer het aantal dagen tijdelijke werkloosheid wegens werkgebrek per werknemer (arbeider en leerling-arbeider) in een referteperiode meer bedraagt dan 110.

Meer info hierover vindt u op de site van de sociale zekerheid.